Archief 745
Inventaris 745-381
Pagina 534
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een zakelijke brief.

19 mei 1942. Van: Th. Boeske, 1e Jan van der Heijdenstraat 125-I, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypt afschrift van een zakelijke brief. 19 mei 1942. Th. Boeske, 1e Jan van der Heijdenstraat 125-I, Amsterdam-Zuid. AFSCHRIFT

Amsterdam, 19 Mei 1942.

Nederlandsche Visscherij Centrale
Juliana van Stolbergplein
te 's-Gravenhage.

Mijne Heeren,

Gaarne zou ik het volgende onder Uw aandacht willen brengen;
ik vind mijn bestaan in het bijzonder door den handel - in natte aal en gerookte paling - en zette gemiddeld ± 500 KG natte aal per week om.
Mijn toewijzing is nu ongeveer 80 pond aal per week. Het ligt voor den hand, dat ik daar niet meer van kan bestaan. En er is absoluut geen sprake van, om van genoemde toewijzng een gedeelte te laten rooken, om ze daarna als gerookte paling in den handel te brengen.
Redenen, waarom ik U langs dezen weg eerbiedig verzoek, ook in aanmerking te mogen komen voor een toewijzing van - gerookte paling. Zoo noodig hoop ik U bereid te vinden, zich met het Marktwezen te Amsterdam in verbinding te willen stellen, en een gunstig resultaat te bevorderen.

Met de meeste hoogachting,
Uw dnr.

w.g. T. Boeske

Th.Boeske
1e Jan v.d.Heijdenstr. № 125 I
te Amsterdam - Z.

voor eensluidend afschrift,
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,

[Handtekening: L. van Aken]
Secretaris

Gr. * Economische noodzaak: De briefschrijver, Th. Boeske, schetst een nijpende situatie. Voor de oorlog (of voor de invoering van de strikte distributie) verhandelde hij wekelijks circa 500 kg verse ("natte") aal. Zijn huidige toewijzing is teruggebracht naar slechts 80 pond (ca. 40 kg), een fractie van zijn oorspronkelijke omzet.
* Regelgeving: Boeske merkt op dat hij zijn kleine hoeveelheid verse aal niet zelf mag laten roken voor de verkoop, wat suggereert dat er strikte scheidingen en regels waren binnen de visketen over wie wat mocht verwerken.
* Administratieve weg: Hij vraagt de NVC om direct contact op te nemen met het "Marktwezen te Amsterdam" om zijn beweringen over zijn vroegere omzet te staven. Dit toont de bureaucratische controle aan die destijds op de handel werd uitgeoefend.
* Status van het document: Dit is een officieel "afschrift", gewaarmerkt door de secretaris van de NVC (L. van Aken). Dit betekent dat het origineel bij de centrale is binnengekomen en deze kopie is vervaardigd voor het dossier of voor communicatie naar een andere instantie. * Tweede Wereldoorlog: De brief dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en stond bijna de gehele voedselvoorziening onder beheer van distributie-instanties.
* Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC): Dit was een overheidsorgaan (onderdeel van de Rijkscommissariaten) dat tijdens de bezetting de regie voerde over de vangst, verwerking en distributie van vis. Handelaren waren volledig afhankelijk van de toewijzingen van deze centrale.
* Lokale handel: De 1e Jan van der Heijdenstraat ligt in de Amsterdamse Pijp, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de vishandel en de nabijgelegen Albert Cuypmarkt. De brief geeft een inkijkje in hoe kleine zelfstandige handelaren probeerden te overleven onder het verstikkende regime van rantsoenering en centrale planning.

Samenvatting

  • Economische noodzaak: De briefschrijver, Th. Boeske, schetst een nijpende situatie. Voor de oorlog (of voor de invoering van de strikte distributie) verhandelde hij wekelijks circa 500 kg verse ("natte") aal. Zijn huidige toewijzing is teruggebracht naar slechts 80 pond (ca. 40 kg), een fractie van zijn oorspronkelijke omzet.
  • Regelgeving: Boeske merkt op dat hij zijn kleine hoeveelheid verse aal niet zelf mag laten roken voor de verkoop, wat suggereert dat er strikte scheidingen en regels waren binnen de visketen over wie wat mocht verwerken.
  • Administratieve weg: Hij vraagt de NVC om direct contact op te nemen met het "Marktwezen te Amsterdam" om zijn beweringen over zijn vroegere omzet te staven. Dit toont de bureaucratische controle aan die destijds op de handel werd uitgeoefend.
  • Status van het document: Dit is een officieel "afschrift", gewaarmerkt door de secretaris van de NVC (L. van Aken). Dit betekent dat het origineel bij de centrale is binnengekomen en deze kopie is vervaardigd voor het dossier of voor communicatie naar een andere instantie.

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog: De brief dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en stond bijna de gehele voedselvoorziening onder beheer van distributie-instanties.
  • Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC): Dit was een overheidsorgaan (onderdeel van de Rijkscommissariaten) dat tijdens de bezetting de regie voerde over de vangst, verwerking en distributie van vis. Handelaren waren volledig afhankelijk van de toewijzingen van deze centrale.
  • Lokale handel: De 1e Jan van der Heijdenstraat ligt in de Amsterdamse Pijp, een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de vishandel en de nabijgelegen Albert Cuypmarkt. De brief geeft een inkijkje in hoe kleine zelfstandige handelaren probeerden te overleven onder het verstikkende regime van rantsoenering en centrale planning.

Gerelateerde Documenten 6