Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier. 26 mei 1942 (afgeleid van de stempel). M. Cohen, Zwanenburgwal 14, Amsterdam. Opbergen
Mijnheer
Daar ik in 1939 en 1940 in de Gemeente Vischhal Aal gekocht heb, en nu niet voorkom op de lijst voor de verdeeling van Aal, zoo verzoek ik u beleefd dit even na te willen kijken, daar ik graag voor een toewijzing in aanmerking kom.
Bij voorbaat mijn dank
№ 46A/201/1 M. 1942 26/5
Hoogachtend
M Cohen
Zwanenb:wal 14/4ª
A’dam (C)
46A In deze korte brief beklaagt de afzender, M. Cohen, zich over het feit dat hij/zij niet is opgenomen op een distributielijst voor aal (paling). Als bewijs van recht op deze toewijzing voert de schrijver aan dat er in de jaren 1939 en 1940 (vóór en aan het begin van de bezetting) ook al aal werd gekocht bij de Gemeentelijke Vischhal.
De brief is formeel en beleefd van toon. De administratieve stempel "M. 1942 26/5" met het referentienummer duidt op een officiële verwerking door een gemeentelijke instantie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De vermelding "14/4ª" bij het adres duidt op de vierde verdieping ("4 hoog"). Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de schaarste in Nederland onder de Duitse bezetting steeds nijpender werd. Vrijwel alle levensmiddelen, inclusief vis zoals aal, waren onderworpen aan strikte distributie- en toewijzingsregels.
De locatie en de naam van de afzender zijn historisch beladen: de Zwanenburgwal lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In mei 1942 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang; de Jodenster was net die maand (3 mei 1942) verplicht gesteld. Voor Joodse Amsterdammers was de toegang tot voedsel en distributielijsten vaak nog moeilijker dan voor de rest van de bevolking door extra beperkingen op winkeltijden en toegestane verkooppunten. Dit verzoekschrift is een tastbare herinnering aan de dagelijkse strijd om basisbehoeften in een bureaucratisch en onderdrukkend systeem. M. Cohen
Samenvatting
In deze korte brief beklaagt de afzender, M. Cohen, zich over het feit dat hij/zij niet is opgenomen op een distributielijst voor aal (paling). Als bewijs van recht op deze toewijzing voert de schrijver aan dat er in de jaren 1939 en 1940 (vóór en aan het begin van de bezetting) ook al aal werd gekocht bij de Gemeentelijke Vischhal.
De brief is formeel en beleefd van toon. De administratieve stempel "M. 1942 26/5" met het referentienummer duidt op een officiële verwerking door een gemeentelijke instantie in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De vermelding "14/4ª" bij het adres duidt op de vierde verdieping ("4 hoog").
Historische Context
Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de schaarste in Nederland onder de Duitse bezetting steeds nijpender werd. Vrijwel alle levensmiddelen, inclusief vis zoals aal, waren onderworpen aan strikte distributie- en toewijzingsregels.
De locatie en de naam van de afzender zijn historisch beladen: de Zwanenburgwal lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In mei 1942 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang; de Jodenster was net die maand (3 mei 1942) verplicht gesteld. Voor Joodse Amsterdammers was de toegang tot voedsel en distributielijsten vaak nog moeilijker dan voor de rest van de bevolking door extra beperkingen op winkeltijden en toegestane verkooppunten. Dit verzoekschrift is een tastbare herinnering aan de dagelijkse strijd om basisbehoeften in een bureaucratisch en onderdrukkend systeem.