Officieel schrijven/kennisgeving van uitsluiting.
Origineel
Officieel schrijven/kennisgeving van uitsluiting. 29 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke visafslag of distributiedienst). Den Heer P.J. Overloop, 3e Goudsbloemdwarsstraat 6, Amsterdam-C. [Handgeschreven in blauw potlood, schuin]: Verzonden 29/5
e e c d
VB/HB.
den Heer P.J.Overloop,
3e Goudsbloemdwarsstraat 6,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
46A/219/1 M. 29 Mei 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich niet heeft gehouden aan de bepalingen van het door den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale uitgevaardigde 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, doordat U zonder de daartoe vereischte toestemming aal heeft laten rooken en visch heeft overgedaan aan een anderen handelaar.
In verband hiermede heb ik U ingevolge het bepaalde in artikel 11 van bovengenoemdebesluit voor onbepaalden tijd van de verdeeling van visch aan den Afslag op de Vischmarkt alhier, uitgesloten.
De Directeur,
[Handgeschreven paraaf linksonder] * Inhoud: Het document is een strafmaatregel tegen een visstroom-deelnemer (P.J. Overloop). Hij wordt ervan beschuldigd twee regels te hebben overtreden: het illegaal laten roken van paling en het onderling doorverkopen van vis aan een andere handelaar zonder vergunning.
* Sanctie: De ontvanger wordt voor onbepaalde tijd uitgesloten van de visverdeling bij de lokale afslag. Dit betekende in de praktijk een beroepsverbod of in ieder geval het ontnemen van de legale bron van inkomsten.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk en dwingend, kenmerkend voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren. Er wordt strikt verwezen naar specifieke besluiten en artikelen (Visscherijbesluit 1941). * Historische context: Dit document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1942). In deze periode was er sprake van een strikt geleide economie en schaarste.
* Distributie en Controle: Om de voedselvoorziening te beheersen (en deels te vorderen voor Duitsland), was de handel in vis en andere levensmiddelen aan zeer strenge regels gebonden via centrale organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale.
* Zwarte Handel: Het "overdoen aan een anderen handelaar" en het buiten de officiële kanalen om bewerken van vis (roken) werd gezien als een vorm van zwarte handel. De bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties traden hier hard tegen op om de grip op de distributieketen te behouden.
* Locatie: De ontvanger woonde in de Jordaan (3e Goudsbloemdwarsstraat), een wijk die destijds veel kleine handelaren en ambachtslieden huisvestte. "Wijk 9" was de administratieve aanduiding voor dit deel van Amsterdam. C.
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een strafmaatregel tegen een visstroom-deelnemer (P.J. Overloop). Hij wordt ervan beschuldigd twee regels te hebben overtreden: het illegaal laten roken van paling en het onderling doorverkopen van vis aan een andere handelaar zonder vergunning.
- Sanctie: De ontvanger wordt voor onbepaalde tijd uitgesloten van de visverdeling bij de lokale afslag. Dit betekende in de praktijk een beroepsverbod of in ieder geval het ontnemen van de legale bron van inkomsten.
- Taalgebruik: Formeel, ambtelijk en dwingend, kenmerkend voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren. Er wordt strikt verwezen naar specifieke besluiten en artikelen (Visscherijbesluit 1941).
Historische Context
- Historische context: Dit document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1942). In deze periode was er sprake van een strikt geleide economie en schaarste.
- Distributie en Controle: Om de voedselvoorziening te beheersen (en deels te vorderen voor Duitsland), was de handel in vis en andere levensmiddelen aan zeer strenge regels gebonden via centrale organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale.
- Zwarte Handel: Het "overdoen aan een anderen handelaar" en het buiten de officiële kanalen om bewerken van vis (roken) werd gezien als een vorm van zwarte handel. De bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties traden hier hard tegen op om de grip op de distributieketen te behouden.
- Locatie: De ontvanger woonde in de Jordaan (3e Goudsbloemdwarsstraat), een wijk die destijds veel kleine handelaren en ambachtslieden huisvestte. "Wijk 9" was de administratieve aanduiding voor dit deel van Amsterdam.