Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 30 mei 1942. De waarnemend Directeur (waarschijnlijk van de Visscherijcentrale). den Heer J. Groenteman, Retiefstraat 24 I, Amsterdam-O. Verzonden 30/5
HB.
den Heer J. Groenteman,
Retiefstraat 24 I,
Amsterdam-O.
Wijk 20.
46A/227/2 M. 30 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw desbetreffend verzoek deel ik U
mede, dat na onderzoek door de door de Visscherijcentrale inge-
stelde Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing
van aal in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
De Directeur, wnd, Deze korte, zakelijke brief is een officiële afwijzing van een aanvraag voor een toewijzing van aal (paling). De ontvanger, de heer J. Groenteman, had blijkbaar een verzoek ingediend om vis te mogen inkopen of verhandelen, maar een commissie van de Visscherijcentrale heeft geoordeeld dat hij hier niet voor in aanmerking komt. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing vermeld in dit schrijven. Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en waren veel levensmiddelen, waaronder vis, strikt gerantsoeneerd en gereguleerd door instanties zoals de Visscherijcentrale.
De ontvanger, Jacob Groenteman (geboren in 1901), woonde in de Retiefstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Dit was een buurt met veel Joodse inwoners. In 1942 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al vergevorderd. Joden werden systematisch uit het economische leven geweerd; hun bedrijven werden onder "Verwalter" (bewindvoerders) gesteld of geliquideerd, en vergunningen voor handel werden hen vaak ontzegd. Hoewel de brief geen expliciete reden geeft, is het zeer waarschijnlijk dat de Joodse achtergrond van de heer Groenteman de reden was voor de afwijzing van zijn verzoek om aal, als onderdeel van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. De Retiefstraat 24-I staat tevens vermeld op de Joods Monument-website; Jacob Groenteman en zijn gezin zijn tijdens de oorlog gedeporteerd en vermoord. J. Groenteman
Samenvatting
Deze korte, zakelijke brief is een officiële afwijzing van een aanvraag voor een toewijzing van aal (paling). De ontvanger, de heer J. Groenteman, had blijkbaar een verzoek ingediend om vis te mogen inkopen of verhandelen, maar een commissie van de Visscherijcentrale heeft geoordeeld dat hij hier niet voor in aanmerking komt. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing vermeld in dit schrijven.
Historische Context
Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en waren veel levensmiddelen, waaronder vis, strikt gerantsoeneerd en gereguleerd door instanties zoals de Visscherijcentrale.
De ontvanger, Jacob Groenteman (geboren in 1901), woonde in de Retiefstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Dit was een buurt met veel Joodse inwoners. In 1942 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al vergevorderd. Joden werden systematisch uit het economische leven geweerd; hun bedrijven werden onder "Verwalter" (bewindvoerders) gesteld of geliquideerd, en vergunningen voor handel werden hen vaak ontzegd. Hoewel de brief geen expliciete reden geeft, is het zeer waarschijnlijk dat de Joodse achtergrond van de heer Groenteman de reden was voor de afwijzing van zijn verzoek om aal, als onderdeel van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. De Retiefstraat 24-I staat tevens vermeld op de Joods Monument-website; Jacob Groenteman en zijn gezin zijn tijdens de oorlog gedeporteerd en vermoord.