Officiële brief/kennisgeving (doorslag of archiefexemplaar).
Origineel
Officiële brief/kennisgeving (doorslag of archiefexemplaar). 30 mei 1942. De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde instantie (geassocieerd met de Visscherij-centrale). [Handgeschreven, bovenaan midden]: Verzonden 30/5
[Adresblok]:
den Heer A. Brandt,
Overtoom 471,
Amsterdam-W.
Wijk 21.
[Kenmerk en datum]:
46A/230/2 M. 30 Mei 1942.
[Inhoud]:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 dezer deel ik U
mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherij-
centrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding
bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
[Afsluiting]:
De Directeur, wnd, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer Brandt op 26 mei 1942 was ingediend. De inhoud van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar het is behandeld door een commissie van de "Visscherij-centrale".
* Toon: De toon is uiterst zakelijk, kortaf en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor officiële correspondentie uit die periode. Er wordt geen reden gegeven voor de afwijzing, anders dan dat de commissie "geen aanleiding" ziet om aan het verzoek te voldoen.
* Vorm: Het ontbreken van een handtekening en de aanduiding "De Directeur, wnd," (waarnemend) wijst erop dat dit een archiefkopie is. De handgeschreven notitie "Verzonden 30/5" diende als administratieve bevestiging van verzending. * Historische context: Het document dateert van mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economie strak gereguleerd via diverse "Rijksbureaus" en "Centrales" om de distributie en productie te controleren ten behoeve van de bezetter en de noodlijdende bevolking.
* Visscherij-centrale: De Visscherijcentrale (onderdeel van het Rijksbureau voor de Visscherij) hield toezicht op de visserijsector. Verzoeken konden betrekking hebben op visvergunningen, extra brandstoftoewijzingen voor vissersboten, of ontheffingen van oorlogsmaatregelen (zoals het verbod om uit te varen in bepaalde zones).
* Locatie: De Overtoom in Amsterdam was (en is) een belangrijke verkeersader. De vermelding "Wijk 21" was onderdeel van de toenmalige wijkindeling van de stad.
* Betekenis: Dit document illustreert de verregaande bureaucratische controle over het dagelijks leven en de economische activiteit tijdens de bezettingsjaren, waarbij beslissingen door centrale commissies werden genomen met weinig ruimte voor beroep of toelichting. A. Brandt W. Rijksbureau
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer Brandt op 26 mei 1942 was ingediend. De inhoud van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar het is behandeld door een commissie van de "Visscherij-centrale".
- Toon: De toon is uiterst zakelijk, kortaf en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor officiële correspondentie uit die periode. Er wordt geen reden gegeven voor de afwijzing, anders dan dat de commissie "geen aanleiding" ziet om aan het verzoek te voldoen.
- Vorm: Het ontbreken van een handtekening en de aanduiding "De Directeur, wnd," (waarnemend) wijst erop dat dit een archiefkopie is. De handgeschreven notitie "Verzonden 30/5" diende als administratieve bevestiging van verzending.
Historische Context
- Historische context: Het document dateert van mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economie strak gereguleerd via diverse "Rijksbureaus" en "Centrales" om de distributie en productie te controleren ten behoeve van de bezetter en de noodlijdende bevolking.
- Visscherij-centrale: De Visscherijcentrale (onderdeel van het Rijksbureau voor de Visscherij) hield toezicht op de visserijsector. Verzoeken konden betrekking hebben op visvergunningen, extra brandstoftoewijzingen voor vissersboten, of ontheffingen van oorlogsmaatregelen (zoals het verbod om uit te varen in bepaalde zones).
- Locatie: De Overtoom in Amsterdam was (en is) een belangrijke verkeersader. De vermelding "Wijk 21" was onderdeel van de toenmalige wijkindeling van de stad.
- Betekenis: Dit document illustreert de verregaande bureaucratische controle over het dagelijks leven en de economische activiteit tijdens de bezettingsjaren, waarbij beslissingen door centrale commissies werden genomen met weinig ruimte voor beroep of toelichting.