Handgeschreven verzoekschrift / bezwaarschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / bezwaarschrift. 12 juni 1942. G. Gooijer Bakker, visventer te Huizen. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Pagina 1]
Huizen (N.H.) 12 Juni 1942.
Den Heer Directeur
v.h. Marktwezen te Amsterdam
Weledelgestrenge Heer!
Geeft beleefd te kennen, de ondergetekende G. Gooijer Bakker, van beroep vischventer, geboren en wonende te Huizen (N.H.)
dat hij in verband met een klein prijsdelict, met als gevolg intrekking van toewijzing van visch aan de Amsterdamsche gemeentelijke vischafslag, zich in eene zoo ernstige in zijn bedrijfsuitoefening voelt getroffen te zijn, dat naar zijn bescheiden meening, eenige nadere toelichting gewenscht is.
dat hij gedurende ongeveer 35 jaren geregeld het Amsterdamsch publiek van visch mede heeft helpen voorzien en zich aldaar vrij wel een vaste clientèle had verworven.
dat hij in deze langdurige periode ook geruimen tijd als grossier in visch zelfs belangrijke quantums heeft verhandeld en in deze algeheele bedrijfsperiode te Amsterdam, naar hij overtuigd is, bij de respectieve ambtenaren ter gemeente-afslag te goeder naam als bona-fide handelaar staat aangeschreven, en nimmer met iemand of der competente instanties, moeilijkheden of verwikkelingen heeft gehad in al die jaren en op legale wijze zijn bescheiden dagelijksch brood kon verdienen.
dat de onder de huidige omstandigheden zich doen geldende vervormingen en opvolgende verschillende bepalingen het voorheen o.t.t.x. automatische handelswerk in hooge mate bemoeilijken en menig
[Pagina 2]
onzer min of meer uit zijn commerciëel evenwicht is geraakt, waarmede naar hij hoopt momenteel toch enige rekening zal worden gehouden en eene of andere begaane fout niet dadelijk en altijd het karakter moet toegekend worden van opzettelijke prijspodrijving of ontduiking der verordeningen, zoodat bij toepassing eeniger verplichte strafoplegging, de strafmaat clementer worde toegepast.
dat hij in verband hiermede zijn geval in een kort overzicht dan ook aan Uw nader oordeel wenscht te onderwerpen.
dat hij op 22 Mei j.l. door zijn late toewijzing zijn clientèle niet alle op den gewonen tijd kon bedienen en hij bovendien in zijn hem toegewezen partij veel doode aal had, schadelijk en voor zijn verkoop belemmerend en in den namiddag nog met ± 3½ Kg bleef zitten, min of meer ongesorteerd, maar waaronder ook enige van hoogere prijs dan die van f 1.08 per KG.
dat hij op dien bewusten middag met zijn visch op het Rokin stond en eene koopster hem vroeg om dit restantje, 't welk bij wegen, even 3½ pond was (door elkaar) en hij alles te samen verkocht voor fl. 1.25, in welk klein bedrag hij mede berekend had de paar grootere stuks, waaraan hij echter eerlijkheidshalve moet toegeven, dan 36 cent meer gerekend zou zijn, althans van prijsstandpunt bezien, maar die paar centen als doorslag gewicht en met 't oog op de paar aanwezige grootere stuks, heeft aangenomen.
dat bij controle door den bevoegden ambtenaar dit verschil door dezen aangewezen werd, hij de fout inzag en aan de bewuste koopster de 36 cent onmiddellijk heeft gerestitueerd.
dat hij ten aanzien van dit klein delict, waaromtrent hij bij strenge wetskrachttoepassing zijn ongelijk onmiddellijk heeft erkend, niettemin hoopt daarvan het karakter worde toegekend van grove prijsoverschrijding of buiten- In deze brief verzoekt G. Gooijer Bakker, een visboer uit Huizen met 35 jaar ervaring, om clementie na een veroordeling voor een "prijsdelict". De sanctie — het intrekken van zijn recht om vis te kopen op de Amsterdamse visafslag — bedreigt zijn voortbestaan.
De kern van de zaak vond plaats op 22 mei 1942. Gooijer Bakker verkocht op het Rokin een restant van 3,5 pond aal (paling) aan een klant voor 1,25 gulden. Volgens de officiële prijsvoorschriften bleek hij 36 cent te veel te hebben gevraagd. Hij voert als verzachtende omstandigheden aan dat:
1. De partij vis veel "doode aal" bevatte door de late toewijzing (bederf/kwaliteitsverlies).
2. Het restant verschillende kwaliteiten vis bevatte die "door elkaar" werden verkocht.
3. Hij de 36 cent direct heeft terugbetaald toen een controleur hem op de fout wees.
4. Hij een onbesproken staat van dienst heeft van 35 jaar. De brief dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Om de zwarte handel tegen te gaan, hanteerde de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties (zoals de Prijsbeheersing) extreem strenge regels voor maximumprijzen.
Voor kleine zelfstandigen zoals deze visboer waren de regels complex en de straffen voor minieme overschrijdingen ("prijsdelicten") drakonisch. Het intrekken van de vergunning om op de centrale afslag te kopen betekende in feite een beroepsverbod. De brief illustreert de precaire positie van de gewone handelaar die probeert te overleven in een streng gereguleerde oorlogseconomie. G. Gooijer Marktwezen