Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke aantekeningen. 31 mei 1942 (ontvangststempel) en 7 juni 1942 (afhandeling). Willem Vieira, Jacob van Lennepstraat 122 III, Amsterdam-West. 529
Wel: Edel: Heer.
Naar aanleiding de bekendmaking
om schriftelijk uwen te vragen
een gedeelte van mijn toewijzing
van aal te laten roken. Hoopende
dat ik van uwe een gunstig be-
sluit mag ontvangen zoover.
noem ik mij
Willem Vieira
Jacob: v: Lennepstraat 122 III.
Amsterdam
West.
[Stempel:] № 46A/261/1 M. 1942 31/5.
[Aantekening onderzijde:]
Opbergen
komt niet voor
toewijzing aal in
aanmerking
7-6-'42
de Haan
WH De brief is een formeel verzoek van een burger, Willem Vieira, aan een ongenoemde instantie (waarschijnlijk een distributiekantoor of visserijautoriteit). De schrijver verzoekt om toestemming om een deel van zijn toegewezen hoeveelheid aal (paling) te laten roken. Dit wijst op de strikte regulering van voedselverwerking en -conservering tijdens de oorlogsjaren.
De ambtelijke reactie onderaan de brief is kort en afwijzend. De ambtenaar "de Haan" noteert op 7 juni 1942 dat de aanvrager niet in aanmerking komt voor deze specifieke toewijzing. De brief is vervolgens gemarkeerd voor archivering ("Opbergen"). Het document dateert uit mei/juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een fijnmazig distributiesysteem. Zelfs voor het laten roken van vis was officiële toestemming nodig.
De naam van de afzender, Vieira, is van Sefardisch-Joodse oorsprong. Gezien de datum (1942) en de locatie (Amsterdam Oud-West), bevindt deze aanvraag zich in de periode dat de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling kwam. Het adres Jacob van Lennepstraat 122 III lag in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. De afwijzing van het verzoek kan een puur bureaucratische beslissing zijn geweest vanwege de schaarste, maar past ook in het grotere plaatje van de uitsluiting en bureaucratische belemmeringen waar de Joodse bevolking in die tijd mee te maken kreeg.
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van een burger, Willem Vieira, aan een ongenoemde instantie (waarschijnlijk een distributiekantoor of visserijautoriteit). De schrijver verzoekt om toestemming om een deel van zijn toegewezen hoeveelheid aal (paling) te laten roken. Dit wijst op de strikte regulering van voedselverwerking en -conservering tijdens de oorlogsjaren.
De ambtelijke reactie onderaan de brief is kort en afwijzend. De ambtenaar "de Haan" noteert op 7 juni 1942 dat de aanvrager niet in aanmerking komt voor deze specifieke toewijzing. De brief is vervolgens gemarkeerd voor archivering ("Opbergen").
Historische Context
Het document dateert uit mei/juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een fijnmazig distributiesysteem. Zelfs voor het laten roken van vis was officiële toestemming nodig.
De naam van de afzender, Vieira, is van Sefardisch-Joodse oorsprong. Gezien de datum (1942) en de locatie (Amsterdam Oud-West), bevindt deze aanvraag zich in de periode dat de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling kwam. Het adres Jacob van Lennepstraat 122 III lag in een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. De afwijzing van het verzoek kan een puur bureaucratische beslissing zijn geweest vanwege de schaarste, maar past ook in het grotere plaatje van de uitsluiting en bureaucratische belemmeringen waar de Joodse bevolking in die tijd mee te maken kreeg.