Handgeschreven brief (bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 12 oktober 1942. Een visventer (naam niet vermeld op deze zijde). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een aanverwante distributie-instantie). [Aantekeningen in de bovenmarge:]
G.G.D. informeren naar geval ziekte & of – staat te handelen
n.r.c. naar rede zoeken schorsing 23-10-42 [geparafeerd]
[Brieftekst:]
Amsterdam 12 October 1942
Mijnheer Directeur
Naar aanleiding van uw schrijven
no 46c//711/2 elh meld ik u dat ik met uw schrij-
ven geen genoegen neem, in de allereerste
plaats staat er niet in om welke rede ik
uitgeschakeld ben door de vereeniging
van gewezen vischventers de z.g. visscherij
Centrale God betere het menschen die hun
vrienden hebben. Ik heb nu eenmaal een
erkenning van de Visschery Centrale in den
haag en die is mij niet voor niets toegewezen
Dat ik een tijdlang niet mee heb geloopen
is door een slepende ziekte de oorzaak ge-
weest als u de Gemeentelijke geneeskundige
maar op wil bellen maar dat wordt immers
niet gedaan. U bent directeur u bent
in alle soort dingen de eerste en verantwoor-
delijke persoon en niet de luidjes op de
vischmarkt die toch hun vriendjes dat blijkt
voldoende dat er vele met toewijzingen op
zak loopen die nooit geen vischhandel gekend
hebben alleen uit angst dat wanneer zij bij
M steun terecht komen door dat
lichaam naar Duitsland worden gewerkt
Het ware beter wanneer die z.g. vissche-
rij Commissie wat beter de sluikhandel
van Volendammers en Monnikkendam
tegen ging. Er wordt immer maar
[Rechtsonder:] 46A De schrijver van de brief is een visverkoper die zijn vergunning of toewijzing is kwijtgeraakt ("uitgeschakeld"). Hij is duidelijk gefrustreerd en hanteert een felle toon richting de directeur. De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Ziekte als reden voor afwezigheid: Hij voert een "slepende ziekte" aan als reden waarom hij een tijd niet gewerkt heeft en verwijst naar de GGD ter verificatie.
2. Corruptie en vriendjespolitiek: Hij beschuldigt de "Visscherij Centrale" van favoritisme. Volgens hem krijgen mensen zonder ervaring in de vis-sector toewijzingen puur om uit de handen van de sociale steun te blijven.
3. Angst voor de Arbeitseinsatz: Een cruciaal detail is de vermelding dat men toewijzingen zoekt uit angst om via het "Maatschappelijk Hulpbetoon" (M steun) naar Duitsland te worden gestuurd voor dwangarbeid.
4. Sluikhandel: Hij wijst op de illegale handel door vissers uit Volendam en Monnickendam die ongemoeid zou worden gelaten. Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste groot en werd de handel streng gereguleerd via distributiestelsels en instanties zoals de Visscherij Centrale.
De brief illustreert de sociale spanningen in deze periode:
* De arbeidsinzet: De dreiging om naar Duitsland te worden gestuurd voor de Arbeitseinsatz was een enorme drijfveer voor mensen om koste wat kost een (al dan niet fictieve) aanstelling of vergunning in een vitale sector te behouden.
* Voedselvoorziening: De vismarkt was een plek van schaarste en sluikhandel (zwarte handel).
* Bureaucratie onder bezetting: De ambtelijke krabbels bovenaan tonen aan dat de klacht wel in behandeling is genomen (navraag bij de GGD), maar dat men tegelijkertijd naar een juridische onderbouwing ("rede zoeken") voor de schorsing zocht. GGD