Handgeschreven verklaring op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven verklaring op gelinieerd papier. 6 mei 1942. A'dam 6/5 1942
M.H.
Bij deze verklaart onder-
geteekende U als dat den
heer W.B. Reuter steeds vanaf
circa 1936 visch van mij
heeft betrokken, maar niet
op zijn eigen naam, maar
dat hij dat heeft laten
koopen door wijlen den heer
G.C. Woudenberg
Hoogachtend
C. Roterman
Jac. Catskade 1
A'dam
No 46 A/285/1 M. 1942 5/6 De tekst is een formele schriftelijke verklaring van een handelaar (C. Roterman) gericht aan een onbekende instantie ("Mijne Heren"). In het document bevestigt Roterman dat W.B. Reuter al jarenlang (sinds circa 1936) vis bij hem afneemt. De kern van de verklaring is dat deze transacties niet op naam van Reuter zelf stonden, maar op naam van de inmiddels overleden ("wijlen") heer G.C. Woudenberg. De tekst is in een zakelijk, ietwat archaïsch Nederlands geschreven. Het document is opgesteld in mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd door middel van distributie en prijsbeheersing. Het feit dat iemand onder een andere naam goederen inkocht, kan duiden op een poging om quota te behouden, zwarte handel te maskeren of beperkende maatregelen van de bezetter (zoals die tegen Joodse ondernemers of bepaalde handelsbeperkingen) te omzeilen. De stempels aan de onderzijde suggereren dat dit document als bewijsstuk diende in een dossier van een opsporings- of overheidsinstantie, zoals de Economische Controledienst (ECD). De Jacob Catskade 1 in Amsterdam was het adres van de opsteller, C. Roterman. C. Roterman G.C. Woudenberg M.H.
Samenvatting
De tekst is een formele schriftelijke verklaring van een handelaar (C. Roterman) gericht aan een onbekende instantie ("Mijne Heren"). In het document bevestigt Roterman dat W.B. Reuter al jarenlang (sinds circa 1936) vis bij hem afneemt. De kern van de verklaring is dat deze transacties niet op naam van Reuter zelf stonden, maar op naam van de inmiddels overleden ("wijlen") heer G.C. Woudenberg. De tekst is in een zakelijk, ietwat archaïsch Nederlands geschreven.
Historische Context
Het document is opgesteld in mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd door middel van distributie en prijsbeheersing. Het feit dat iemand onder een andere naam goederen inkocht, kan duiden op een poging om quota te behouden, zwarte handel te maskeren of beperkende maatregelen van de bezetter (zoals die tegen Joodse ondernemers of bepaalde handelsbeperkingen) te omzeilen. De stempels aan de onderzijde suggereren dat dit document als bewijsstuk diende in een dossier van een opsporings- of overheidsinstantie, zoals de Economische Controledienst (ECD). De Jacob Catskade 1 in Amsterdam was het adres van de opsteller, C. Roterman.