Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift). 3 juni 1942. Onbekend (geparafeerd onderaan, mogelijk "U.W." of "Y.H."), een vishandelaar of winkelier in Amsterdam. "Wel Ed. Heer Inspecteur" (vermoedelijk van de Vischhal of een distributie-instantie). [Linksboven in stempel/inkt:] Nº 46^A/295/1 M.1942 2/11
[Middenboven:] A’dam 3 Juni ’42
[Rechtsboven in rood potlood/krijt:] B
[Onder de datum, met dunne pen:] noting
Wel Ed. Heer Inspecteur
Vorige week ontving ik van mijn rooker
de firma Kok uit Spaarndam het begeleidend
schrijven, dat hij mij geen gerookte paling
meer mocht leveren, nadat hij mij al
eenige weken niets gestuurd had.
Ik ben met dat schrijven naar het
kantoor van de Vischhal naar de heer
Ham en Jongbloed gegaan en vernam tot
mijn verbazing dat ik niet voor gerookte
aal of paling in aanmerking kwam aange
zien ik natte aal verkocht!
Dat is toch te erg om een zaak die al
tijd zooveel gerookte paling heeft om
gezet zoo zonder meer uit te sluiten, tegen
zulk een onbillijkheid moet ik ten sterkste
protesteeren. Want we hebben al zoo’n
strop dat wij vele artikelen missen tegen
woordig en nu dat er ook nog bij dat is
te erg. Mijnheer de Inspecteur ik hoop dat
Uw Ed. een willig oor wilt hebben voor mijn
gegronde klacht en u mij een toewijzing wilt
verleenen voor ger. paling of aal want ik moet
mijn klanten steeds teleur stellen, die door de
[rechtsonder geparafeerd:] Y.H. [?] In deze brief protesteert een Amsterdamse vishandelaar tegen een besluit van de centrale vishandel (de Vischhal). De kern van de klacht is dat de vaste leverancier, firma Kok uit Spaarndam, geen gerookte paling meer mag leveren aan de afzender. De reden hiervoor is een schijnbare regel dat handelaren die "natte aal" (verse aal) verkopen, niet langer in aanmerking komen voor een toewijzing van gerookte aal.
De schrijver benadrukt de onredelijkheid ("onbillijkheid") van deze regel, aangezien zijn zaak historisch gezien grote hoeveelheden gerookte paling omzette. Er wordt specifiek verwezen naar functionarissen bij de Vischhal, de heren Ham en Jongbloed. De toon is dringend en verongelijkt; de schrijver wijst op de reeds bestaande economische malaise ("zoo'n strop dat wij vele artikelen missen") om zijn verzoek om een "toewijzing" kracht bij te zetten. Het document dateert van juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Deze periode werd gekenmerkt door toenemende schaarste, strikte distributiebonnen en centrale regulering van de voedselvoorziening.
De "Vischhal" in Amsterdam fungeerde als het centrale punt voor de handel en distributie van vis. Om de beperkte voorraden te beheren, voerden de autoriteiten en de gecontroleerde handelsorganisaties vaak rigide en soms arbitraire regels in voor wie wat mocht verkopen. De scheiding tussen handel in verse producten en bewerkte producten (zoals gerookte vis) zoals hier beschreven, was een typisch voorbeeld van de bureaucratische pogingen om de markt tijdens de oorlogseconomie volledig te beheersen. De brief geeft een direct inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tegen de verstikkende regels van de distributie. Vorige week (Inspecteur)