Proces-verbaal of officieel getuigenverslag (pagina II).
Origineel
Proces-verbaal of officieel getuigenverslag (pagina II). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar afgaande op de geboortedata (1895, 1898) en de context van voedseltoewijzingen, dateert dit vermoedelijk uit de jaren '30 of de oorlogsjaren (1940-1945). II
de Jong A. V. geb 2.4.’95 wonende
te Amsterdam Schimmelstraat 54 III.
Desgevraagd deelde de Jong voornoemd mede:
„Ik ben met deze drie partijtjes aal op weg naar
de rookerij van B. de Kort te Sloterdyk bij de
Mijtweg. Deze aal is van mij, 80 pond, en
van B de Kort (Prinsengracht 271 te Adam. geb 3-3-?)
120 # en van A v.d. Kruys (Ten Katestraat 75 III
te Amsterdam, geb. 28.9. 98) 80 pond.
Op onze vraag of hij in het bezit was van een
schriftelijke vergunning om deze aal en paling te
rooken of te doen rooken antwoordde de Jong voornoemd:
„Neen, heeren, die hebben we niet, maar wij
hebben altijd gerookt, en deze aal was dood toen
wij ze ontvingen zoodat we ze wel moeten laten
rooken, wij hebben er met den Heer van Hanegover
gesproken en die heeft gezegd dat we voorloopig
konden doorgaan met rooken.”
In verband met het feit dat de Jong A.V.
de Kort B en de Kruyff A v.d. een toewijzing hebben
voor resp. 80, 120 en 80 pond versche aal en paling
en hen als marktplaats is aangewezen respectievelijk
Ten Katestraat, Alb. Cuypstraat, en Ten Katestraat
alwaar zij de hen toegewezen versche aal en paling versche
moeten verkoopen en zij deze versche aal en
paling hebben bereid of laten bereiden om
ze te rooken of te doen rooken, en wel bij Dit document verslaat een verhoor of verklaring van de heer A.V. de Jong, die is aangehouden terwijl hij 280 pond (ongeveer 140 kg) aal vervoerde naar een rokerij in Sloterdyk. De aal was eigendom van drie verschillende visverkopers uit Amsterdam.
De kern van de overtreding is tweeledig:
1. Gebrek aan vergunning: De partijen beschikten niet over de vereiste schriftelijke vergunning om de vis te roken.
2. Onjuiste verkoopmethode: De visverkopers hadden een officiële toewijzing (quotum) voor verse aal en paling, die zij op aangewezen markten (Ten Katestraat en Albert Cuypstraat) als vers product hadden moeten verkopen. Door de vis te (laten) roken, onttrokken zij het product aan de reguliere markt voor verse vis.
De verdediging van De Jong is dat de vis "dood" aankwam en daarom gerookt moest worden om bederf tegen te gaan, en dat een zekere "Heer van Hanegover" (mogelijk een inspecteur of ambtenaar) hiervoor mondelinge toestemming zou hebben gegeven. Het document moet worden gezien in het licht van de strenge economische regulering van de voedselvoorziening in de eerste helft van de 20e eeuw, met name tijdens de crisisjaren of de Duitse bezetting. In deze periodes werd de handel in schaarse goederen zoals vis strak gecontroleerd via toewijzingen en vergunningen om de zwarte markt tegen te gaan en de voedseldistributie eerlijk te laten verlopen.
Het verwerken van een product (roken) waarvoor alleen een verkoopvergunning voor de "versche" staat was verleend, gold als een economisch delict. De details zoals adressen en geboortedata zijn typisch voor een politie-onderzoek naar economische fraude of overtredingen van de Crisis-wetgeving.