Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 64
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen.

1 augustus 1942. Van: Onbekend (waarschijnlijk hoofd van de Marktwezen of een verwante dienst), referentienummer 46A/321/48 M.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen. 1 augustus 1942. Onbekend (waarschijnlijk hoofd van de Marktwezen of een verwante dienst), referentienummer 46A/321/48 M. [Linksboven in typewerk:]
46A/321/48 M.
2.
vischverdeeling.

[Midden boven, handgeschreven in blauw potlood:]
Munster 3/8-42

[Rechtsboven handgeschreven:]
ten hande [?]
VD/HB.

[Rechtsmidden:]
1 Augustus 1942.

[Adresblok:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U, ingevolge Uw opdracht te berichten, dat ik de vischhandelaren
H. ter Voort (4 en 11 Juli)
H. ter Voort (4 en 11 Juli)
P.Vrees Sr. (9 Juli)
J.G.Bosbaan Sr.(8 Juli)
J.G.Bosbaan Jr.(9 Juli)
voorloopig van de verdeeling heb geschorst, in afwachting van de beslissing, die U hieromtrent zult nemen.

Genoemde kooplieden, die allen hun visch op de Lindengracht moeten verkoopen, zijn door den marktambtenaar, blijkens diens dagrapporten, op de achter hun naam genoemde data aldaar niet aangetroffen; in ieder geval hebben zij zich niet voor contrôle bij den marktambtenaar gemeld, zooals hun was opgedragen bij mijn kennisgeving d.d. 24 Juni j.l., waarvan ik U in bijlage dezes afschrift doe toekomen.

Alle hierboven genoemde kooplieden zijn dezerzijds gehoord waarbij zij verklaarden, dat zij wel degelijk met hun toewijzing op de betreffende dagen op de Lindengracht zijn geweest, doch dat de marktambtenaar zou hebben verzuimd hen op te nemen. Uit een door mij ingesteld onderzoek is gebleken, dat bedoelde kooplieden in de door den marktambtenaar dagelijks bijgehouden administratie van den verkoop van de verdeelvisch niet voorkomen; hun bewering, dat zij hun visch wel op de Lindengracht hebben verkocht, kan volgens den marktambtenaar niet kloppen, omdat Vrees Sr., Bosbaan Sr. en Jr., die op den 9den Juli een toewijzing hebben ontvangen van respectievelijk 80, 80 en 40 pond aal, dan met elkaar 200 pond aal hadden moeten verkoopen, hetgeen stellig niet aan zijn aandacht zou zijn ontsnapt. Vast staat in ieder geval, dat zij zich, voordat zij met den verkoop mochten beginnen, bij den marktambtenaar hadden moeten melden, hetgeen, zooals zij zelf toegeven, niet hebben gedaan.

In bijlage dezes leg ik over een verklaring van een Agent van Politie d.d. 30 Juli j.l., waaruit zou blijken, dat onder andere de beide kooplieden Bosbaan op 9 Juli hun toewijzing wel op de Lindengracht hebben verkocht. De marktambtenaar betwist de juistheid van dit rapport en wijst er op, dat de agent geen enkele administratie bijhoudt, dus blijkbaar uit zijn hoofd weet, dat deze kooplieden zijn geweest. De mogelijkheid van een vergissing van den Agent van Politie lijkt mij hierbij inderdaad niet uitgesloten. De kooplieden behooren zich trouwens... [tekst onderbroken/einde pagina] Dit document betreft een intern ambtelijk onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden bij de verkoop van vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vijf visboeren (Ter Voort, Vrees, en de twee Bosbaans) zijn geschorst van de "verdeeling" (het recht om schaarse, door de overheid toegewezen vis te verkopen).

De kern van het conflict is een tegenstrijdigheid tussen de marktmeester en de kooplieden:
1. De Marktambtenaar: Stelt dat zij niet aanwezig waren omdat zij zich niet gemeld hebben voor de verplichte controle en niet in de administratie voorkomen. Bovendien stelt hij dat de verkoop van 200 pond aal (paling) hem zeker zou zijn opgevallen.
2. De Kooplieden: Beweren dat ze er wel waren, maar dat de marktmeester hen vergeten is te noteren.
3. De Politie: Een agent ondersteunt het verhaal van de kooplieden, maar zijn verklaring wordt door de rapporteur in twijfel getrokken omdat de agent geen eigen administratie voert.

Het document illustreert de strikte controle op voedseldistributie en de bureaucratische processen die werden gevolgd om fraude of zwarte handel te bestrijden. Ten tijde van dit schrijven (augustus 1942) was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was onderworpen aan een streng distributiesysteem. Visch (hier specifiek "verdeelvisch") was een schaars goed. De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende Amsterdamse marktplaats.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie binnen het gemeentebestuur, verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de weinige beschikbare middelen onder de bevolking. Schorsing van de verdeling betekende voor een koopman feitelijk een beroepsverbod, aangezien er buiten het officiële systeem om (legaal) nauwelijks handel mogelijk was. Het feit dat de handelaren toegaven zich niet gemeld te hebben voor controle, maakte hun positie juridisch zeer zwak, ongeacht of zij daadwerkelijk vis hadden verkocht. H. ter Voort Marktwezen Politie

Samenvatting

Dit document betreft een intern ambtelijk onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden bij de verkoop van vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vijf visboeren (Ter Voort, Vrees, en de twee Bosbaans) zijn geschorst van de "verdeeling" (het recht om schaarse, door de overheid toegewezen vis te verkopen).

De kern van het conflict is een tegenstrijdigheid tussen de marktmeester en de kooplieden:
1. De Marktambtenaar: Stelt dat zij niet aanwezig waren omdat zij zich niet gemeld hebben voor de verplichte controle en niet in de administratie voorkomen. Bovendien stelt hij dat de verkoop van 200 pond aal (paling) hem zeker zou zijn opgevallen.
2. De Kooplieden: Beweren dat ze er wel waren, maar dat de marktmeester hen vergeten is te noteren.
3. De Politie: Een agent ondersteunt het verhaal van de kooplieden, maar zijn verklaring wordt door de rapporteur in twijfel getrokken omdat de agent geen eigen administratie voert.

Het document illustreert de strikte controle op voedseldistributie en de bureaucratische processen die werden gevolgd om fraude of zwarte handel te bestrijden.

Historische Context

Ten tijde van dit schrijven (augustus 1942) was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was onderworpen aan een streng distributiesysteem. Visch (hier specifiek "verdeelvisch") was een schaars goed. De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende Amsterdamse marktplaats.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie binnen het gemeentebestuur, verantwoordelijk voor het eerlijk verdelen van de weinige beschikbare middelen onder de bevolking. Schorsing van de verdeling betekende voor een koopman feitelijk een beroepsverbod, aangezien er buiten het officiële systeem om (legaal) nauwelijks handel mogelijk was. Het feit dat de handelaren toegaven zich niet gemeld te hebben voor controle, maakte hun positie juridisch zeer zwak, ongeacht of zij daadwerkelijk vis hadden verkocht.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 6