Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 95
Dossier 11
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële correspondentie / Dienstbrief.

10 Augustus 1942. Aan: Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Officiële correspondentie / Dienstbrief. 10 Augustus 1942. Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Gedrukt briefhoofd met wapen van Amsterdam]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal

Telefoon 43130, 43321
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.

Men wordt verzocht, bij het antwoord
nauwkeurig den datum, het nummer en
de afdeeling van dezen brief te vermelden

Afd. L.M. No. 259 Bijlagen
-1942-
Uw brief:
Datum: 10 Augustus 1942.
Onderwerp:

[Linkermarge, handgeschreven:]
- Voort 2x
Borba 2x
Vrees sr.
m.i.v.
12/8 werd
op vervolg

  • Vrees jr.
  • Harrekiet
  • Keyzer
  • Seur

[Getypte tekst:]
Op aanvrage van de in Uw schrijven d.d. 1 Augustus 46 A-321-48
genoemde vischhandelaren heb ik met hen en later met den marktmees-
ter de Wolf een bespreking gehad. Naar aanleiding hiervan, heb ik
besloten den Burgemeester voor te stellen aan die handelaren en aan
de eerder gestraften ~~met wijziging van het besluit~~ een straf van
veertien dagen schorsing op te leggen. Ik verzoek U echter op de
markten bekend te maken, met verwijzing naar de verplichting zich
vóór den verkoop bij den marktambtenaar te melden, dat vanaf die
publicatie elke overtreding van dezen aard zal worden gestraft met
een uitsluiting voor den tijd van vier maanden.
vM

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,

[Handtekening/Paraaf]

[Handgeschreven onderaan over de breedte van de brief:]
v Besluit
en alle andere gestraften?
Is het een generaal pardon? Ja m.i.v. 12/8 weer toelaten
dus alles m.i.v. 12/8 weder toelating.

[Andere hand in de rechterhoek onderaan:]
Neen, naar tel. mededeling Mr. Reitsema.
Betreft alleen recente gevallen van niet melding! Dit document betreft een besluit van de Wethouder voor Levensmiddelen over de strafmaat voor een groep visvissers die de marktregels hadden overtreden (specifiek het niet tijdig melden bij de marktambtenaar).

  • Besluit: De wethouder stelt voor de straf van een specifieke groep handelaren om te zetten naar veertien dagen schorsing.
  • Afschrikking: Tegelijkertijd wordt de regel aangescherpt. Wie na de officiële bekendmaking van dit besluit nogmaals verzuimt zich te melden voor de verkoop, riskeert een uitsluiting van maar liefst vier maanden.
  • Interne verwarring: De handgeschreven aantekeningen onderaan tonen een interne discussie of onduidelijkheid over de reikwijdte van dit besluit. In eerste instantie lijkt men te denken dat het een "generaal pardon" betreft voor alle gestraften per 12 augustus. Echter, een latere aantekening (gebaseerd op telefonisch overleg met een 'Mr. Reitsema') corrigeert dit: het pardon geldt alleen voor "recente gevallen van niet melding".
  • Namen: In de marge staan namen genoteerd (Voort, Borba, Vrees sr/jr, Harrekiet, Keyzer, Seur), vermoedelijk de handelaren waarover het besluit in eerste instantie ging. Het document dateert van augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam strikt gereguleerd en de controle op markten streng.

  • Marktwezen in oorlogstijd: De Dienst van het Marktwezen speelde een cruciale rol in het handhaven van distributieregels en het voorkomen van zwarte handel. Kleine overtredingen, zoals het niet melden bij een ambtenaar, werden zwaar bestraft om de controle over de schaarse goederen (zoals vis) te behouden.

  • Bestuurlijke context: Hoewel de brief uitgaat van de wethouder, was de feitelijke macht in Amsterdam in 1942 grotendeels in handen van de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester (E.J. Voûte). Besluiten over markttoegang waren politiek gevoelig.
  • Uitsluiting: De dreiging met vier maanden uitsluiting was een zeer zware sanctie, aangezien dit voor een markthandelaar in oorlogstijd vaak het verlies van het volledige inkomen en toegang tot handelswaar betekende.
  • Joodse handelaren: Hoewel uit de namen in de marge niet direct met zekerheid een conclusie getrokken kan worden, werden veel Joodse markthandelaren in deze periode systematisch van de markten geweerd of werkten zij onder steeds restrictievere omstandigheden. In augustus 1942 waren de grootschalige deportaties uit Amsterdam reeds in volle gang.

Samenvatting

Dit document betreft een besluit van de Wethouder voor Levensmiddelen over de strafmaat voor een groep visvissers die de marktregels hadden overtreden (specifiek het niet tijdig melden bij de marktambtenaar).

  • Besluit: De wethouder stelt voor de straf van een specifieke groep handelaren om te zetten naar veertien dagen schorsing.
  • Afschrikking: Tegelijkertijd wordt de regel aangescherpt. Wie na de officiële bekendmaking van dit besluit nogmaals verzuimt zich te melden voor de verkoop, riskeert een uitsluiting van maar liefst vier maanden.
  • Interne verwarring: De handgeschreven aantekeningen onderaan tonen een interne discussie of onduidelijkheid over de reikwijdte van dit besluit. In eerste instantie lijkt men te denken dat het een "generaal pardon" betreft voor alle gestraften per 12 augustus. Echter, een latere aantekening (gebaseerd op telefonisch overleg met een 'Mr. Reitsema') corrigeert dit: het pardon geldt alleen voor "recente gevallen van niet melding".
  • Namen: In de marge staan namen genoteerd (Voort, Borba, Vrees sr/jr, Harrekiet, Keyzer, Seur), vermoedelijk de handelaren waarover het besluit in eerste instantie ging.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam strikt gereguleerd en de controle op markten streng.

  • Marktwezen in oorlogstijd: De Dienst van het Marktwezen speelde een cruciale rol in het handhaven van distributieregels en het voorkomen van zwarte handel. Kleine overtredingen, zoals het niet melden bij een ambtenaar, werden zwaar bestraft om de controle over de schaarse goederen (zoals vis) te behouden.
  • Bestuurlijke context: Hoewel de brief uitgaat van de wethouder, was de feitelijke macht in Amsterdam in 1942 grotendeels in handen van de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester (E.J. Voûte). Besluiten over markttoegang waren politiek gevoelig.
  • Uitsluiting: De dreiging met vier maanden uitsluiting was een zeer zware sanctie, aangezien dit voor een markthandelaar in oorlogstijd vaak het verlies van het volledige inkomen en toegang tot handelswaar betekende.
  • Joodse handelaren: Hoewel uit de namen in de marge niet direct met zekerheid een conclusie getrokken kan worden, werden veel Joodse markthandelaren in deze periode systematisch van de markten geweerd of werkten zij onder steeds restrictievere omstandigheden. In augustus 1942 waren de grootschalige deportaties uit Amsterdam reeds in volle gang.

Gerelateerde Documenten 6