Ambtseedig Rapport (proces-verbaal van een opsporingsambtenaar).
Origineel
Ambtseedig Rapport (proces-verbaal van een opsporingsambtenaar). 3 september 1942. [Linksboven in de marge:]
Betreffende:
Het aantreffen van
10 KG Tong geadresseerd
aan A Hagedoorn bij
de Ned Spoorwegen
[Bovenaan gecentreerd:]
Nº 46 A / 321 / 79 M. 1342 5/9
Aan
De Directie van het
Gemeentelijk Marktwezen van
Amsterdam
Jan v Galenstr te
Amsterdam
Ambtseedig Rapport
Ondergeteekende Shubregt Koms
oud 50 jaar, wonende Paramaribostr 155 II
te Amsterdam, controleur Landbouw Crisis-
wet 1933, juncto art 8 lid 3 van het Economisch
Sanctiebesluit verklaart als volgt:
Op Donderdag den 3 den September 1942 te
ongeveer 11 uur, bevond ik mij in mijn voor-
melde kwaliteit, in de goederenloods der Ned
Spoorwegen afd aankomst aan de Ruijterkade
gelegen binnen de gemeente Amsterdam, voor
controle op de aanvoer van visch buiten
de gemeentelijke vischafslag om.
Op dien zelfden tijd en plaats zag ik, dat
daar was aangevoerd een mandje visch
wat bij weging bleek in te houden 10 KG
Tong, welke was afgezonden door M. A.
Kolster jr Vischhandelaar te Den Helder
en geadresseerd was volgens de vracht-
brief aan A Hagedoorn Koningsbruigsteeg 7
te Amsterdam.
Na mij vervolgens per telephoon in verbin-
ding gesteld te hebben met Hagedoorn voor-
noemd, deelde hij mij als volgt mede:
Ik heb in geen geval opdracht gegeven aan
Kolster om mij Tong te zenden en dat toch
gedaan, dan moet die visch naar de
Gem Vischafslag te Amsterdam worden
gebracht, doch ik ook deel neem aan de
Gem Visch verdeeling te Amsterdam Ik zal
er voor zorgen, dat die visch die daar is
en aan mij geadresseerd ten spoedigste op
de gemeentelijke vischafslag wordt gebracht. Dit ambtseedig rapport is opgesteld door een controleur die toezicht hield op de naleving van de economische wetgeving tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de vondst van 10 kilogram tong — een luxe vissoort die destijds schaars en streng gereguleerd was. De vis werd verzonden vanuit Den Helder naar een privaat adres in Amsterdam (Koningsbruigsteeg 7), zonder dat deze via de verplichte Gemeentelijke Vischafslag was gegaan.
De reactie van de geadresseerde, de heer Hagedoorn, is typerend voor de sfeer van die tijd: hij ontkent direct de opdracht te hebben gegeven. Door te stellen dat de vis onmiddellijk naar de officiële afslag moet en te benadrukken dat hij zelf deel uitmaakt van de "Visch verdeeling", probeert hij zichzelf vrij te pleiten van betrokkenheid bij de zwarte handel. De controleur documenteert dit nauwkeurig om de legale keten te handhaven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland aan strikte regels gebonden. De Landbouw Crisiswet van 1933, die oorspronkelijk was ingevoerd om de boeren tijdens de Grote Depressie te steunen, werd door de bezetter en het Nederlandse bestuur gebruikt als instrument voor de distributie en prijsbeheersing.
Vissers en handelaren waren verplicht hun vangst via de officiële afslagen te verkopen tegen vastgestelde prijzen om de "zwarte markt" tegen te gaan. Handel "buiten de afslag om" werd zwaar gestraft onder het Economisch Sanctiebesluit. De Ruijterkade in Amsterdam was een strategisch controlepunt, aangezien vis uit kustplaatsen zoals Den Helder hier per spoor of schip arriveerde. Rapporten als deze geven een uniek inkijkje in de dagelijkse strijd tegen illegale handel en de bureaucratische controle op de schaarse middelen tijdens de oorlogsjaren.