Getypte verklaring/proces-verbaal van het Marktwezen.
Origineel
Getypte verklaring/proces-verbaal van het Marktwezen. 4 november 1942 (betreft gebeurtenis op 3 september 1942). Ten slotte hebben wij, rapporteurs, gehoord op 3 November 1942 IJ, Goedhart, oud 52 jaar, vischhandelaar en wonende Westerstraat 83/1 alhier, die het volgende verklaarde:
Op 3 September 1942, omstreeks 7.15 uur v.m., bevond ik mij op het terrein van de vischmarkt alhier en zag dat de mij bekende K.Zwaan bezig was met het wasschen van een partij garnalen. Hierbij bevonden zich L.Rooseman en de keurmeester Snoek. Ik hoorde dat keurmeester Snoek ~~tegen~~ Rooseman zei dat deze partij garnalen niet meer in de verdeeling gegeven mochten worden maar dat ze dien zelfden dag voor 10 uur v.m aan de consunmenten verkocht moesten zijn. L.Rooseman maakte toen tegen mij de opmerking: "Dat is dan een mooi handeltje voor U". Ik heb toen de geheele partij van Rooseman gekocht naar ik meen voor 35 of 40 cent per kilogram. Ik kocht deze garnalen van Rooseman in mijn kwaliteit als kleinhandelaar. Ik heb de garnalen gekocht van Rooseman in de veronderstelling dat de geheele partij door Chef-Marktopzichter Stam van de verdeeling was vrijgegeven. Of dit inderdaad zoo was heb ik aan Stan niet gevraagd, noch aan Rooseman. Wel had deze, Rooseman dus, mij medegedeeld, dat de garnalen niet in de verdeeling behoefden. Ik geloof de hetgeen mij door Rooseman werd verklaard, temeer daar ik, nog voor ~~x~~ dat ervsprake was van het koopen van deze partij garnalen, Stam en den mij bekenden K.Lammers hierbij had zien staan. Van de geheele partij, ~~x~~ die 240 kilogram groot was, heb ik 120 kilogram overgedaan aan mijn zoon Arie Goedhart, die ze waarschijnlijk op zijn standplaats in de Ten Katestraat alhier heeft verkocht. De overige 120 kilogram heeft ~~mij~~ mijn knecht, wijlen H.Minderhout, voor mij op mijn standplaats op de Lindengracht verkocht. H.Bonnier, noch C.Bonnier hebben van deze partij garnalen iets gehad en zijn ook in het geheel niet bij dit geval betrokken geweest. Hoewel niet precies den datum, kan ik mij wel herinneren dat ik eenige weken geleden op de vischmarkt door controleur Felthuis en in tegenwoordigheid van controleur Marinus over dit geval ben gehoord. Dat ik toen zou hebben verklaard door Rooseman, den avond ~~te voren~~ voor dat de koop had plaats gevonden, te zijn opgebeld kan ik mij niet indenken. Evenmin dat ik toen zou hebben verklaard een gedeelte van de partij te hebben overgedaan aan C.Bonnier acht ik niet mogelijk. C.Bonnier heeft van mij wel eens garnalen gehad doch zooals ik reeds heb verklaard niet van de partij welke ik op 3 September van Rooseman heb gekocht."
Amsterdam 4 November 1942
Controleurs,
1) (Handtekening: R. Marinus)
2) (Handtekening: Felthuis)
Den Heer Inspecteur
van het Marktwezen. In dit document legt visboer IJ. Goedhart een verklaring af over een transactie van 240 kg garnalen op de Amsterdamse vismarkt. De kern van de zaak is of deze garnalen legaal buiten de "verdeeling" (het officiële distributiesysteem) om zijn verkocht.
Belangrijke punten uit de verklaring:
* De aanleiding: Keurmeester Snoek gaf aan dat de garnalen niet meer in de distributie konden (waarschijnlijk vanwege beperkte houdbaarheid) en voor 10:00 uur verkocht moesten zijn.
* De koop: Goedhart kocht de hele partij van Rooseman voor een prijs tussen de 35 en 40 cent per kilo.
* De distributie: Goedhart verdeelde de partij tussen zijn zoon (Ten Katestraat) en zijn (inmiddels overleden) knecht Minderhout (Lindengracht).
* Betwisting eerdere verklaring: Goedhart spreekt eerdere bevindingen van de controleurs tegen. Hij ontkent dat hij de avond van tevoren al was opgebeld (wat zou wijzen op voorbedachte rade of zwarte handel) en ontkent dat hij garnalen aan de gebroeders Bonnier heeft geleverd. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel om tekorten te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan. Het "Marktwezen" hield toezicht op de naleving van deze regels op de Amsterdamse markten.
De verklaring illustreert de grijze gebieden in de handel: bederfelijke waar (zoals garnalen) mocht soms buiten de officiële kanalen om worden verkocht als de kwaliteit achteruitging, maar dit werd streng gecontroleerd. De nadruk in de verklaring op de aanwezigheid van de "Chef-Marktopzichter" en de tijdsdruk (voor 10 uur 's ochtends verkocht zijn) dient als rechtvaardiging voor het omzeilen van de normale procedures. De ontkenning van het telefoontje de avond ervoor is cruciaal; als hij wel was gebeld, zou de handel niet uit noodzaak (bederf op de dag zelf) zijn voortgekomen, maar een illegale afspraak zijn geweest.