Officieel schrijven/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven/besluit van de Gemeente Amsterdam. 2 november 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). [Linksboven stempel en handgeschreven:]
Nº 46^A/321/121^D M. 1942 7/11
[Rechtsboven handgeschreven aantekening:]
met div insp Marktw Visschen. Mosselen comb. ter k.
Aan den heer
R.Jonker, Hasebroekstraat 94 II
H.Hinse, Kinkerstraat 266 III
L.M. 259
-1942-
[Rechts midden:]
2 NOV. -1942.
Ik deel U mede te hebben besloten U wegens overtreding van de bepalingen van het 2de Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, van de vischverdeeling uit te sluiten, zulks voor den tijd van 8 maanden, derhalve tot en met 25 Juni 1943.
[Onderaan:]
VM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) G. C. Spruijt l.s
[Linksonder handgeschreven aantekening:]
Afschrift
aan insp.
Visscherij
en Mosselcomb.
ter kennisneming
6/11 '42 Dit document is een formele kennisgeving van een strafmaatregel opgelegd door het Amsterdams gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De twee genoemde personen, Jonker en Hinse, worden voor acht maanden uitgesloten van de distributie van vis. De reden is een overtreding van het "Visscherijbesluit 1941", een regeling die bedoeld was om de schaarste aan voedsel tijdens de oorlog te reguleren via een centraal distributiesysteem.
De handgeschreven notities duiden op het bureaucratische proces: het document is ter kennisneming doorgestuurd naar inspecteurs van de Marktwezen Visserij en de zogenaamde "Mosselcombinatie". De vermelding "(get.)" voor de namen van de burgemeester en secretaris geeft aan dat dit een afschrift is van het origineel ondertekende besluit. Het document dateert uit november 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds moeizamer werd en streng werd gecontroleerd. Edward John Voûte was de door de bezetter aangestelde (regeringscommissaris-)burgemeester van Amsterdam; hij stond bekend als collaborateur.
De "vischverdeeling" was essentieel omdat vlees en andere eiwitbronnen schaars waren. Overtredingen van de distributiewetten (zoals handel op de zwarte markt of het achterhouden van voorraden) werden streng gestraft, in dit geval door de overtreders de toegang tot legale rantsoenen te ontzeggen. De adressen (Hasebroekstraat en Kinkerstraat) bevinden zich in Amsterdam Oud-West, een buurt waar in die tijd veel kleine handelaren en arbeiders woonden.