Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 353
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief / verzoekschrift.

4 november 1942. Van: R. Jonker, Hasebroekstraat 94, Amsterdam-W. Dossier: 46

Origineel

Handgeschreven brief / verzoekschrift. 4 november 1942. R. Jonker, Hasebroekstraat 94, Amsterdam-W. [Stempel linksboven:]
R. JONKER
Hasebroekstraat 94''
AMSTERDAM-W.

[Aantekeningen rechtsboven:]
opl.
Zaak is toch reeds behandeld in rapport aan Weth.?
D 20/11 42
Adam. 4 Nov 1942.

[Grote paarse stempel:]
Nº 46A/321/121 E M. 1942 5/11

[Inhoud brief:]

Geachte Heer,

Naar aanleiding van een door de Burgemeester van Amsterdam genomen beslissing mij voor 8 maanden uit te sluiten voor de verdeling van visch, vraag ik beleefd U aandacht voor mijn geval.
Het nu volgende heeft plaats gevonden 13 Feb. j.l. op de Centr. Vischmarkt te Adam. Daar kreeg ik deze dag een toewijzing van 10 p. ger. brasem, door omstandigheden was het mij niet mogelijk deze toewijzing op de voor mij aangewezen marktplaats ten Raadhuisstraat te verkopen. Ik heb deze visch toen aan mijn collega Glinse gegeven en gevraagd of hij die voor mij wilde verkopen, waartoe deze toezegde. Ook ben ik naar de marktmeester gegaan en heb hem gezegd wat ik met deze visch had gedaan, hij heeft mij daarop de lijst zelfs nog laten tekenen. Hieruit moet U dus wel duidelijk blijken dat hier van een kwade opzet van mijn zijde geen sprake is. Vermoedelijk zal de oorzaak van al deze ellende voor mij wel verband houden met het feit, dat mijn collega Glinse verzuimt heeft die dag zijn toewijzing op te geven, waardoor rapport is opgemaakt door de marktmeester. In deze brief protesteert R. Jonker tegen een zware sanctie: hij is door de burgemeester voor acht maanden uitgesloten van de visverdeling. De aanleiding was een incident op 13 februari 1942. Jonker legt uit dat hij die dag 10 pond gerookte brasem toegewezen kreeg, maar deze niet zelf kon verkopen op zijn vaste plek in de Raadhuisstraat. Hij droeg de handel over aan een collega (Glinse) en stelt dat hij dit netjes heeft gemeld bij de marktmeester, die hem zelfs de lijst liet tekenen.

Jonker suggereert dat de sanctie het gevolg is van een administratieve fout of nalatigheid van zijn collega Glinse, die mogelijk vergeten is zijn eigen toewijzing correct te verantwoorden, wat leidde tot een negatief rapport van de marktmeester. De toon van de brief is verdedigend; Jonker benadrukt dat er geen sprake was van "kwade opzet". Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd via distributiesystemen. Voor een vishandelaar betekende een uitsluiting van acht maanden van de visverdeling effectief een beroepsverbod en het wegvallen van alle inkomsten.

De ambtelijke aantekening bovenaan ("Zaak is toch reeds behandeld") suggereert dat het bezwaar van Jonker waarschijnlijk weinig kans van slagen had, aangezien er al over gerapporteerd was aan de wethouder. De bureaucratie onder het regime van de door de bezetter aangestelde burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) was streng en onverbiddelijk bij vermeende overtredingen van de distributieregels. R. Jonker Gemeente Amsterdam

Samenvatting

In deze brief protesteert R. Jonker tegen een zware sanctie: hij is door de burgemeester voor acht maanden uitgesloten van de visverdeling. De aanleiding was een incident op 13 februari 1942. Jonker legt uit dat hij die dag 10 pond gerookte brasem toegewezen kreeg, maar deze niet zelf kon verkopen op zijn vaste plek in de Raadhuisstraat. Hij droeg de handel over aan een collega (Glinse) en stelt dat hij dit netjes heeft gemeld bij de marktmeester, die hem zelfs de lijst liet tekenen.

Jonker suggereert dat de sanctie het gevolg is van een administratieve fout of nalatigheid van zijn collega Glinse, die mogelijk vergeten is zijn eigen toewijzing correct te verantwoorden, wat leidde tot een negatief rapport van de marktmeester. De toon van de brief is verdedigend; Jonker benadrukt dat er geen sprake was van "kwade opzet".

Historische Context

Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd via distributiesystemen. Voor een vishandelaar betekende een uitsluiting van acht maanden van de visverdeling effectief een beroepsverbod en het wegvallen van alle inkomsten.

De ambtelijke aantekening bovenaan ("Zaak is toch reeds behandeld") suggereert dat het bezwaar van Jonker waarschijnlijk weinig kans van slagen had, aangezien er al over gerapporteerd was aan de wethouder. De bureaucratie onder het regime van de door de bezetter aangestelde burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) was streng en onverbiddelijk bij vermeende overtredingen van de distributieregels.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Broek Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6