Brief (handgeschreven) met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Brief (handgeschreven) met ambtelijke kanttekeningen. 17 december 1942 (ingekomen/behandeld tot 30 december 1942). Weduwe J. Doodjes-Wassenaar, Commelinstraat 118 huis, Amsterdam. Onbekende functionaris ("Geachte Heer"), vermoedelijk de directeur of een hoofdambtenaar van de Dienst van het Marktwezen. [Briefhoofd/Datum]
Amsterdam 17 December 1942
[Salulatie]
Geachte Heer
[Inhoud]
Met deze had ik een beleefd ver-
zoek aan u of ik niet eens een per-
soonlijk onderhoud met u kan krijgen.
Ik ben wel een paar keer aan het
Marktwezen geweest maar dan bent u
er niet altijd. Hopende dat mijn
verzoek wordt ingewilligt teekent ik
mij
Hoogachtend
Wed. J. Doodjes Wassenaar
Commelinstraat 118 huis.
[Kantlijn links, handgeschreven in ander handschrift]
Bij mij hebben zich
niet gemeld fr.
[Onderaan, handgeschreven ambtelijke notitie]
De wed. Doodjes is reeds bij mij ge-
weest. Haar medegedeeld dat
het M. W. haar niet kan helpen. Voor
vermindering v. straf moet zij
zich wenden tot Wethouder.
30-12-'42
[onleesbare signatuur, mogelijk v. Elden]
opb. HD In deze brief verzoekt de weduwe J. Doodjes-Wassenaar om een persoonlijk gesprek met een functionaris van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. Ze geeft aan al meerdere malen tevergeefs aan het kantoor te zijn geweest.
Uit de ambtelijke notitie onderaan de brief, gedateerd 30 december 1942, blijkt dat het gesprek inmiddels heeft plaatsgevonden. De strekking van haar verzoek was blijkbaar een "vermindering van straf", waarschijnlijk een boete of sanctie gerelateerd aan marktactiviteiten (zoals handel zonder vergunning of overtreding van de distributieregels). De ambtenaar stelt vast dat de Dienst van het Marktwezen (M.W.) haar niet kan helpen en verwijst haar door naar de bevoegde Wethouder voor een gratieverzoek of bezwaar. Dit document stamt uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en was de handel op markten strikt gereguleerd door middel van distributiebonnen en prijsbeheersing.
De "Dienst van het Marktwezen" hield toezicht op de naleving van deze regels in Amsterdam. Overtredingen werden vaak zwaar bestraft met boetes of intrekking van vergunningen. De afzender woonde in de Commelinstraat (Dapperbuurt), een volkswijk waar de Dappermarkt een centrale rol speelde. Dat een weduwe in deze moeilijke tijd direct de autoriteiten aanschrijft voor strafvermindering, getuigt van de economische wanhoop waarin velen verkeerden. De formele afwijzing en doorverwijzing naar de wethouder is typerend voor de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken in die tijd. J. Doodjes Marktwezen