Doorslag van een officiële brief/typoscript.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/typoscript. 1 december 1942. De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke instantie in Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:]
Luipen V.N.
Kontrole.
C.C.D.
VB/HB.
[Getypt:]
1 December 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich ondanks herhaalde waarschu-
wingen schuldig maakt aan het venten met mosselen in het stadsdeel
Noord, zonder dat U daartoe de vereischte vergunning is verleend.
In verband hiermede heb ik U voorloopig geschorst van de ver-
deeling van visch en mosselen aan den afslag, alhier, terwijl aan
den Burgemeester van Amsterdam de vraag zal worden voorgelegd, wel-
ke maatregelen te Uwen aanzien dienen te worden genomen.
De Directeur,
wnd.
Gezonden aan:
No. 46a/321/136 a, a/ C.C.D. Huisman, Tuinstraat 70 II, A'dam-C.
No. 46a/321/136 b, a/ J.J. Huisman, Malvastraat 21, A'dam-N. Dit document is een officiële strafmaatregel tegen twee personen, vermoedelijk familieleden, die zich bezig hielden met de handel in vis en mosselen. De kern van de brief is een voorlopige schorsing van de visafslag. De reden hiervoor is "venten zonder vergunning" in Amsterdam-Noord, ondanks eerdere waarschuwingen.
De tekst is formeel en dreigend van toon. De schorsing is een directe aanval op de broodwinning van de betrokkenen, aangezien zij zonder toegang tot de afslag geen handelswaar meer kunnen inkopen. Daarnaast wordt de zaak geëscaleerd naar de Burgemeester van Amsterdam voor verdere disciplinaire of strafrechtelijke maatregelen. De handgeschreven afkorting "C.C.D." duidt op betrokkenheid van de Crisis Controle Dienst. De brief dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een strikt distributiesysteem. De overheid probeerde de volledige controle te houden over de voedselvoorziening om zwarte handel tegen te gaan en de bevoorrading (ook voor de bezetter) te garanderen.
Het "venten" (straatverkoop) zonder vergunning werd in deze context niet slechts gezien als een administratieve overtreding, maar als een economisch delict. De Crisis Controle Dienst (CCD), waarnaar in de kantlijn wordt verwezen, was de instantie die belast was met het opsporen van dergelijke overtredingen en illegale handel. De adressen van de ontvangers (de Jordaan en Amsterdam-Noord) betreffen typische volksbuurten uit die tijd waar de handel in vis een veelvoorkomend beroep was. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte, wat de ernst van de dreiging in de brief onderstreept. C. Marktwezen