Handgeschreven ambtelijk advies of memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk advies of memo. 6 november 1942. A'dam, 6/11 1942
Eerwaarde
Burger Heer
Naar aanleiding van Uw
brieven dd. 20 Oct. en 3 Nov. jl.
bericht ik U, dat J.M. Helsloot,
J.F. Boekelman en H. ter Voort
nimmer in het koken van
mosselen hun beroep hebben
gemaakt, zoodat ik U adviseer
hun verzoeken af te wijzen.
Jacob Haan verkocht ook
het vorige jaar gekookte mosselen,
zoodat deswege geen bezwaar
bestaat, dat hem een vergunning
voor het koken wordt verleend.
b.b.
(onleesbaar initiaal/handtekening)
46a/741/2 Het document is een formeel ambtelijk advies betreffende aanvragen voor vergunningen voor het professioneel koken van mosselen. De schrijver reageert op eerdere correspondentie van 20 oktober en 3 november van dat jaar.
Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen aanvragers:
1. J.M. Helsloot, J.F. Boekelman en H. ter Voort: Voor hen wordt een negatief advies gegeven. De reden hiervoor is dat zij "nimmer" (nooit) van het mosselkoken hun beroep hebben gemaakt. In een tijd van schaarste en strikte regulering kregen nieuwe toetreders blijkbaar geen kans.
2. Jacob Haan: Voor hem wordt een positief advies gegeven. Hij heeft "het vorige jaar" al gekookte mosselen verkocht, wat hem de status van gevestigde beroepsbeoefenaar geeft. Hierdoor is er "geen bezwaar" tegen het verlenen van een vergunning.
Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief uit de helft van de 20e eeuw. De afkorting "b.b." staat waarschijnlijk voor "bij behoren" of duidt op een specifieke afdeling binnen een gemeentelijk apparaat. De datum, november 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de economie nagenoeg volledig gereguleerd via een systeem van vergunningen en distributie.
Het koken en verkopen van mosselen was een vorm van straathandel of kleinschalige nering. Omdat grondstoffen (brandstof voor het koken en de mosselen zelf) schaars waren, hanteerde de overheid een streng beleid: alleen zij die al vóór de oorlog of in de voorgaande jaren dit beroep uitoefenden, behielden hun recht op een vergunning. Dit diende om wildgroei te voorkomen en de beperkte voorraden te verdelen onder degenen die er economisch van afhankelijk waren. Het document illustreert de bureaucratische controle op zelfs de kleinste vormen van handel tijdens de oorlogsjaren. H. ter Voort J.F. Boekelman J.M. Helsloot