Boekhoudkundig overzicht / Afrekening (Staat van heffingen).
Origineel
Boekhoudkundig overzicht / Afrekening (Staat van heffingen). Betreft de periode 3 tot en met 13 oktober 1942. N.V. NEDERLANDSCHE VEILING DUPLICATA
VAN LAND- & TUINBOUW-
PRODUCTEN „AMSTERDAM” Staat III van heffingen 6 % ten laste der Voedsel-
AMSTERDAM-W. voorziening der Joodsche bevolking
--------------------------------------------------
1942
Weekstaat 3/10 1942 f. 432.31
10/10 " " 622.48
dagstaat 13/10 " " 131.47
-----------
totaal f. 1186.26
af:. 2½% ten gunste der veiling Amsterdam 494.28
-------
f. 691.98
af : 2% omzetbelasting " 13.84
-------
Restant ( te Uwer beschikking ) f. 678.14
=======
Opgemaakt behoudens goedkeuring van den Heer Gem. der Prijzen Dit document is een financiële verantwoording van ingehouden heffingen op groenten en fruit, bestemd voor de Joodse bevolking in Amsterdam in oktober 1942.
- Heffingspercentage: Bovenaan is handmatig een '6' ingevuld bij het percentage van de heffingen.
- Berekening: Het totaal aan heffingen over drie data bedraagt f. 1186,26. Hiervan worden twee posten afgetrokken: een bedrag van f. 494,28 (gemerkt als 2½%, hoewel dit bedrag rekenkundig niet correspondeert met 2,5% van het totaal, wat duidt op een specifieke administratieve verdeelsleutel of een andere grondslag) ten gunste van de veiling zelf, en 2% omzetbelasting over het restant.
- Eindbedrag: Er blijft een bedrag van f. 678,14 over dat "ter beschikking" wordt gesteld, vermoedelijk aan de instantie die de voedselvoorziening beheerde.
- Autoriteit: Het document vermeldt dat de opmaak onder voorbehoud is van goedkeuring door de "Gem. der Prijzen" (Gemachtigde voor de Prijzen), de bezettingsautoriteit die toezag op prijsvorming. Het document stamt uit een gitzwarte periode van de bezetting. In oktober 1942 waren de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar kamp Westerbork en de vernietigingskampen in volle gang. De "Voedselvoorziening der Joodsche bevolking" was een afdeling die nauw samenwerkte met (of onderdeel was van) de Joodsche Raad.
Joden mochten in deze fase alleen nog op zeer beperkte tijden en in aangewezen winkels hun inkopen doen. Dit document illustreert hoe de voedselvoorziening voor deze vervolgde groep door de bezetter en gelieerde instanties werd belast met extra heffingen. Het feit dat een commerciële veiling en de belastingdienst nog 'ten gunste' van zichzelf bedragen inhielden op gelden die bestemd waren voor de voedselvoorziening van een uitgehongerde en gedecimeerde bevolkingsgroep, toont de kille bureaucratische kant van de Jodenvervolging aan.