Getypte verklaring/onderdeel van een proces-verbaal.
Origineel
Getypte verklaring/onderdeel van een proces-verbaal. 9, 14 en 15 september 1942. aardappelen heeft ontvangen. Op den Brouw verklaarde mij, [doorgestreept], dat de handteekening voor ontvangst door hemzelf is geplaatst. Bedoeld ontvangstbewijs zal door mij bij dit proces-verbaal worden gevoegd.
Vervolgens heb ik, verbalisant, gehoord op 9 September 1942 een persoon die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Willem Barend Harkamp, oud 33 jaar, boekhouder, in dienst bij den aardappelen grossier J. Helms, wonende Haarlemmerweg 183 I te Amsterdam-West, die mij als volgt verklaarde: "Eenige tijd geleden, den datum kan ik U niet precies zeggen, moest onze knecht, Knemeyer, in opdracht van de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in Aardappelen, een partij aardappelen bezorgen in de stad. Nadat hij de partij geladen had, heb ik hem opdracht gegeven twee zakken aardappelen bij te laden, waarvan hij er een moest bezorgen bij onzen hoefsmid, welke hoefsmid is gevestigd op de Brouwersgracht alhier, terwijl de andere zak aardappelen bestemd was als bijvoeding voor ons paard. Deze zakken met aardappelen bevond zich bij ons pakhuis op pier M van de Centrale markt en waren overgebleven van een oude partij. Bij het bezorgen van deze partij en de twee zakken aardappelen is een andere knecht van ons, genaamd Harry Spruyt, Knemeyer behulpzaam geweest. Zooals ik inmiddels reeds heb vernomen werden beiden verdacht van het achterhouden van twee zakken aardappelen, ten nadeele van dengene bij wien ze de partij aardappelen in opdracht genoemde Combinatie moesten bezorgen. Ik ben evenwel overtuigd, dat dit op een vergissing moet berusten. Knemeyer is namelijk ruim 15 jaar in onze dienst en hebben wij in dien tijd nooit iets te zijnen nadeele kunnen bemerken."
Hierna heb ik, verbalisant, gehoord op 14 September 1942 één mij bekend persoon die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd:
HARRY SPRUYT,
geboren te Amsterdam 25 Juli 1919, knecht wonende Egelantiersgracht 27/1 te Amsterdam-Centrum, die mij als volgt verklaarde:
"Ik ben knecht in dienst bij den aardappelengrossier J. Helms, gevestigd op de Centrale Markt. Eenige weken geleden, den datum weet ik niet precies meer, moest mijn collega Knemeyer een partij aardappelen bezorgen bij een winkelier in de Barentzstraat 33 alhier. Het was een partij van 38 H.L. die in 76 zakken op de paard en wagen geladen was. Bij het laden van deze partij ben ik niet tegenwoordig geweest. Wel ben ik Knemeyer behulpzaam geweest bij het laden van twee zakken aardappelen, waarvan wij er een moesten bezorgen bij de hoefsmid op de Brouwersgracht alhier terwijl de andere bestemd was als bijvoeding voor het paard. Het lossen van de partij aardappelen bij de winkelier in de Barentzstraat deden wij als volgt. Wij droegen om beurten elk een zak aardappelen in de winkel, welke zak dan door ons werd leeggestort. Hierna begaven wij ons naar buiten, legde de ledige zakken op het trottoir voor de winkel, waarna wij vervolgens weer een volle zak namen en zoo de heele partij losten. Alleen de twee zakken aardappelen welke wij in opdracht van Harkamp hadden bijgeladen bleven op de wagen. Nu gebeurt het wel eens, dat een zak waar aardappelen in vervoerd waren stuk bleek te zijn. Wanneer ons dit blijkt bij het lossen verwisselen wij deze zak, nadat hij is leeggestort voor een goede zak, waarvan wij er als regel wel eenige bij ons hebben. Ik acht het niet uitgesloten, dat ik bij het lossen van de partij aardappelen bij de winkelier in de Barentzstraat een ledige stukkende zak heb geruild voor een heele zak welke zich op den wagen bevond. Dat ik een heele zak van den wagen zou hebben afgehaald en bij de stapel op het trottoir heb gelegd, zonder hiervoor een stukkende op den wagen te hebben teruggelegd ontken ik beslist. Nadat wij de partij aardappelen hadden gelost zijn wij met den wagen naar de Brouwersgracht gegaan en hebben een zak aardappelen bezorgd bij den hoefsmid, terwijl de andere zak is meegegaan naar de stal."
Ten slotte heb ik verbalisant, op 15 September 1942 nog gehoord een persoon die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Willem Nolte, oud 61 jaar, hoefsmid, gevestigd Brouwersgracht 32 te Amsterdam en wonende Brouwersgracht 32 I te Amsterdam-Centrum, die mij als volgt verklaarde. * Juridische context: Het document bevat getuigenverklaringen in een strafrechtelijk onderzoek naar de mogelijke diefstal of verduistering van aardappelen. De verbalisant (politieagent) noteert de verhoren.
* Kern van het geschil: Twee knechten (Knemeyer en Spruyt) worden ervan verdacht twee zakken aardappelen achtergehouden te hebben ten nadele van een klant in de Barentzstraat. De verdediging voert aan dat er extra zakken waren geladen voor eigen gebruik (bijvoeding paard en de hoefsmid) en dat een eventueel tekort bij de klant berust op een administratieve fout of het per ongeluk omwisselen van een kapotte zak voor een volle.
* Logistieke details: De tekst geeft een gedetailleerd inkijkje in hoe goederenvervoer per paard en wagen destijds werkte: het handmatig lossen en leegstorten van zakken ("38 H.L." oftewel hectoliter, verdeeld over 76 zakken) en de rol van de Centrale Markt in Amsterdam. Dit document stamt uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en was voedseldistributie strikt gereguleerd. Aardappelen waren een essentieel basisvoedsel en diefstal of "achterhouden" van handel werd zeer serieus genomen door zowel de Nederlandse politie als de bezettingsautoriteiten. De "Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in Aardappelen" was een overkoepelend orgaan dat in de oorlogstijd een belangrijke rol speelde in de gecontroleerde voedselvoorziening. Het feit dat er een officieel onderzoek wordt ingesteld naar twee zakken aardappelen onderstreept de hoge waarde van voedsel in die tijd.