Getuigenverklaring / Proces-verbaal (doorslag van een typoscript).
Origineel
Getuigenverklaring / Proces-verbaal (doorslag van een typoscript). 1.45 uur een partij van 38 H.L.aardappelen geladen in opdracht van ge-
noemde grossierscombinatie en deze aardappelen bezorgd bij den win-
kelier Op den Brouw ,gevestigd in perceel Barentzstraat 33 huis. Alvo-
rens ik echter met deze partij aardappelen de Centrale Markt verliet,
heb ik,in opdracht van W.Harkamp,boekhouder van den grossier Helms,
twee zakken aardappelen bijgeladen,welke aardappelen zich in een vaar-
tuig van Helms dat aan pier II van de Centrale Markt gemeerd lag,bevon-
den.Hierbij is tegenwoordig geweest de boekhouder Harkamp en een ande-
re knecht van Helms,genaamd Harry Spruyt.Spruyt is, nadat ik de twee
zakken aardappelen had bijgeladen met mij medegegaan om de 38 H.L.
aardappelen te bezorgen bij Op den Brouw.Bij het lossen der aardappe-
len bij Op den Brouw zijn wij ale volgt te werk gegaan.Wij droegen om
beurten een zak aardappelen naar binnen in de winkel van Op den Brouw
alwaar de zak door ons werd leeggestort.De leeggestorte zak werd daar-
na door ons op het trottoir gelegd totdat wij de geheele partij van
38 H.L. gelost hadden.Ik merk hierbij nog op,dat zich in elke zak een
halve H.L.aardappelen bevond,zoodat wij tenslotte 76 ledige zakken
moesten hebben.Bij het natellen door mij en Op den Brouw van de ledig
zakken bleken 75 zakken op straat te liggen,doch bleek al spoedig,dat
zich nog een zak bevond tusschen de aardappelen welke wij in de winkel
van Op den Brouw gestort hadden.Nadat de afgegeven partij aardappelen
door Op den Brouw in orde was bevonden heeft hij het ontvangst bewijs
hetwelk mij door de expeditie van de Amsterdamsche Combinatie van Gro
siers in Aardappelen was meegegeven,afgetekend.Dit bewijs heb ik na
aankomst op de Centrale Markt weer bij genoemde afdeeling ingeleverd.
Zooals ik reeds heb vernomen heeft Op den Brouw een klacht tegen mij
en Spruyt ingediend op grond van het feit dat wij hem voor twee zakke
aardappelen zouden hebben te kort gedaan.Dat zou ons mogelijk zijn ge
weest doordat wij,Spruyt en ik,elk een ledige zak van den wagen hadde
genomen en deze bij de stapel hebben gevoegd welke voor den winkel
van Op den Brouw op straat lag.Dat dit is gebeurd acht ik niet uitge-
sloten,doch dan heeft Spruyt zoo goed als ik daar zeker een stukkende
zak voor op den wagen terug gelegd.Het is namelijk onze gewoonte om,
indien ons blijkt dat een zak waarin aardappelen worden vervoerd stuk
is,deze terstond te verwisselen voor een heele zak,waarvan wij er als
regel wel eenige op den wagen hebben.Dat ik een ledige zak van den wa
gen heb genomen en bij de stapel van Op den Brouw zou hebben gevoegd
zonder hiervoor een stukkende zak terug te leggen ontken ik beslist.
Ook dat Spruyt dit zou hebben gedaan acht ik niet mogelijk.Dat ik twe
zakken aardappelen heb overgehouden,nadat wij bij Op den Brouw hadden
gelost is juist.Dat waren de twee zakken welke ik in opdracht van Har
kamp had geladen en waarvan ik er een heb bezorgd bij onze hoefsmid
aan de Brouwersgracht,terwijl ik de andere zak aardappelen heb meege-
nomen naar de stal en bestemd was als bijvoeding voor het paard."
Naar aanleiding van deze verklaring heb ik,verbalisant,de getuigen
Scholing-Dekker en Jansen nogmaals gehoord e n verklaarden zij afzon-
derlijk doch eensluidend,dat zij wel gezien hadden dat Knemeyer een
ledige zak van den wagen had afgenomen en deze bij de stapel hadden
gevoegd,maar niet te hebben gezien,dat Knemeyer hiervoor een zak waar
mede hij uit den winkel van Op den Brouw was gekomen op den wagen had
gelegd.Nadat ik,verbalisant,aan deze get uigen nog een foto had ver-
toond van een bij het Marktwezen bekend persoon,genaamd H.Spruyt,ver-
klaarde zij deze te herkennen als dengenen die bij het lossen behulp-
zaam was geweest en die evenals Knemeyer een ledige zak van den wagen
had weggenomen en bij de stapel van Op den Brouw had gevoegd,zonder
hiervoor een andere zak op den wagen te hebben teruggelegd.
Door de expeditieafdeeling van de Amsterdamsche Combinatie van Gros-
siers in Aardappelen is mij,verbalisant,ontvangbewijs No.8293 ter
hand gesteld,waaruit blijkt dat Op den Brouw op 20 Augustus 38 H. De kern van de zaak betreft een beschuldiging van diefstal of fraude tijdens een aardappellevering. De hoofdpersoon (vermoedelijk Knemeyer) verklaart dat hij in opdracht van boekhouder Harkamp twee extra zakken aardappelen had meegenomen bovenop de reguliere bestelling van 38 hectoliter (76 zakken van een halve hectoliter) voor de winkelier Op den Brouw.
Er ontstond verwarring over het aantal lege zakken op straat. Hoewel de winkelier de levering initieel goedkeurde, diende hij later een klacht in omdat hij meende voor twee zakken te zijn benadeeld. De verdachte stelt dat hij en zijn collega Spruyt slechts lege zakken van de wagen hebben gepakt om kapotte zakken te vervangen, een gebruikelijke praktijk. Hij geeft echter toe dat hij twee zakken "over" had, maar beweert dat deze bestemd waren voor een hoefsmid en als paardenvoer. Getuigenverklaringen spreken dit tegen: zij zagen wel dat er zakken van de wagen naar de stapel van de klant gingen, maar zagen niet dat er (zoals beweerd) lege zakken voor in de plaats op de wagen werden teruggelegd. Dit document biedt een inkijkje in de logistiek en de handelskultuur op de Amsterdamse Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) in de jaren '30. De "Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in Aardappelen" was een belangrijk orgaan in de voedselvoorziening van de stad. De tekst illustreert de nauwgezette controle op emballage (de zakken) en de informele wijze waarop extra goederen ("bijgeladen") soms buiten de officiële bonnen om werden vervoerd, wat tot juridische conflicten en verdenkingen van kleine criminaliteit kon leiden. De spelling (bijv. "perceel", "zoodat", "heele") wijst op een datering voor de spellingshervorming van Marchant (1934/1947), waarbij de datum onderaan (20 Augustus) in combinatie met de context doet vermoeden dat het om het jaar 1938 gaat. W. Harkamp Marktwezen WA