Officieel politierapport/ambtsverslag.
Origineel
Officieel politierapport/ambtsverslag. 24 september 1942 (betreft incident op 19 september 1942). № 77/81/c M. 1942 29/9
R a p p o r t
Op Zaterdag den 19 September 1942 omstreeks 14.15 uur werd
door een bewaker van de E.N.M.A.P., J.H.V e n k, een persoon
naar het toegangshek gebracht, die volgens den bewaker Vonk
zich op verdachte wijze op de markt ophield en in het bezit
was van een zak aardappelen.
Uit het door mij ingestelde onderzoek is het volgende gebleken :
~~XXXXXXXXXXXXXX~~ De door Vonk bedoelde persoon bleek te zijn genaamd
J.J.Koppers, geboren te Amsterdam den 3.1.1925, los arbeider
wonende Boomstraat 26huis. Hij verklaarde als volgt :
" De aardappelen, die in de zak bevonden zijn door mij bij elkaar
gezocht onder de wagens. Omdat er thuis niet voldoende aard-
appelen zijn, heb ik getracht op deze wijze aan de ontbrekende
aardappelen te komen "
De aardappelverwerkers, die Koppers mij aanwees, bevestigden, dat
zij gezien hadden, dat Koppers inderdaad de aardappelen van
onder de wagens had opgezocht. De voorloopig in beslag genomen
aardappelen zijn door mij aan de Vebena teruggegeven.
Koppers is niet in het bezit van een toegangskaart voor de Cen-
trale Markt, doch had onder het voorwendsel even een kar te mogen
halen, toegang tot het terrein gekregen.
Amsterdam den 24 September 1942
De Controleur,
J.N.P. Boon. [handtekening]
Den Heer Bedrijfschef
der Centrale Markt
[Linksonder handgeschreven aantekeningen:]
GvB
Gez.
[onleesbare paraaf] Het document is een zakelijk verslag van een incident op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Een 17-jarige jongen, J.J. Koppers, werd betrapt terwijl hij aardappelen verzamelde die onder wagens waren gevallen. Hij had zich toegang tot het terrein verschaft met een smoes (het ophalen van een kar).
Opvallend is de verdediging van de jongen: hij deed dit uit bittere noodzaak omdat er thuis niet genoeg te eten was. Getuigen (aardappelverwerkers) bevestigen zijn verhaal dat hij de aardappelen inderdaad van de grond raapte en niet gestolen had uit de ladingen zelf. Desondanks werden de aardappelen in beslag genomen en teruggegeven aan de Vebena (Verkoopbureau voor Nederlandsche Aardappelen), de instantie die de aardappelhandel in oorlogstijd controleerde. De toon van het rapport is strikt bureaucratisch, waarbij de controleur de feiten objectief weergeeft zonder direct een oordeel te vellen over de morele kant van de "diefstal" uit nood. Dit rapport illustreert de nijpende voedselsituatie in Amsterdam in de herfst van 1942. Hoewel de beruchte Hongerwinter pas twee jaar later zou plaatsvinden, was de rantsoenering al streng en heerste er onder de arbeidersklasse (zoals de familie van deze 'los arbeider') grote schaarste. Het "arenlezen" of oprapen van resten op marktterreinen was een veelvoorkomende overlevingstactiek.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd een zwaarbewaakte plek omdat het de centrale spil was in de voedselvoorziening. De E.N.M.A.P. (waarschijnlijk de Eerste Nederlandsche Markt- en Afslag-Politie) hield toezicht op de naleving van de distributieregels. De vermelding van de Vebena duidt op de verregaande centralisatie en controle van de voedselstromen door de bezetter en collaborerende instanties om de zwarte handel in te dammen. De controle op toegangskaarten was bedoeld om onbevoegden (zoals Koppers) te weren van deze strategische locatie.