Brief (Pagina 2).
Origineel
Brief (Pagina 2). 5 oktober 1942. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.37/84/4 M.d.d.5 October 1942 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen
tijd van zes maanden, zulks met ingang van 20 October a.s.
Van der Nol en Prins voornoemd hebben zich tevoren nimmer aan
eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, De tekst op deze tweede pagina van de brief vormt de afsluiting van een ambtelijk besluit of advies. Uit de context blijkt dat er een maatregel of sanctie is opgelegd met een duur van zes maanden, ingaande op 20 oktober 1942.
De laatste alinea dient als een vorm van strafverlichting of karaktergetuigenis: de Directeur van het Marktwezen merkt op dat de betrokken personen, "Van der Nol" en "Prins", niet eerder in de fout zijn gegaan op de Centrale Markt. Dit suggereert dat de huidige overtreding hun eerste is ("nimmer aan eenig strafbaar feit [...] schuldig gemaakt"). De toon is zakelijk en strikt administratief.
Visueel is het document lastig leesbaar door de 'ghosting' of doorslag van de eerste pagina, die in spiegelbeeld door het papier heen komt. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam).
In deze periode was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd door de overheid (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). De Wethouder voor de Levensmiddelen en de Directeur van het Marktwezen speelden een cruciale rol in het handhaven van de distributiewetten. Overtredingen op de markt, zoals zwarte handel, diefstal of het omzeilen van de rantsoenering, werden zwaar bestraft. De genoemde heren Van der Nol en Prins waren waarschijnlijk marktkooplieden of handelaren die een sanctie opgelegd kregen, mogelijk een schorsing van hun handelvergunning voor de duur van zes maanden. Marktwezen Rijksbureau