Brief / Verzoekschrift.
Origineel
Brief / Verzoekschrift. 25 oktober 1942. [Linksboven in potlood/pen:]
Aanv. ge...
aan b ach...
omv. 27/10 - 42
[Initiaal]
[Midden boven, stempel en pen:]
No 77/93/4 M. 1942 28/w
[Rechtsboven:]
Amsterdam 25 Oct 1942
[Hoofdtekst:]
Weledele Heer
De ondergeteekende richt zich langs
deze weg tot u met een beleefd verzoek
daar ik geen andere gelegenheid heeft
om een mondeling verzoek tot u te
komen in markttijd en u aan u
huis niet lastig wil vallen. aangaande
de het geval van G. v.d. Heerik.
knecht van A. v. Leeuwen. President
Steijnplantsoen 17 II van het wegnemen
van een vaatje. Daar mijn zoon
overal als eerlijk bekend staat bij
vele handelaren en grossiers en
ook bij zijn baas het volste vertrou-
wen geniet en ik mij ook niet kan
begrijpen dat hij tot deze daad geko-
men is. Uw kan op de markt
overal naar hem informeeren
zelfs de benadeelde kan het niet
gelooven dat hij dit heeft gedaan De brief is geschreven door een ouder (vader of moeder) van de verdachte, G. v.d. Heerik. De schrijver richt zich in formele maar nederige bewoordingen tot een autoriteit (waarschijnlijk een officier van justitie of politiecommissaris) naar aanleiding van een diefstal waarvan de zoon wordt beschuldigd.
- De beschuldiging: Het "wegnemen van een vaatje".
- De verdachte: G. v.d. Heerik, werkzaam als knecht bij A. v. Leeuwen op de President Steijnplantsoen 17-II in Amsterdam.
- Kern van het betoog: De ouder voert aan dat de zoon een onberispelijke reputatie heeft bij handelaren en grossiers op de markt. Benadrukt wordt dat zelfs zijn werkgever hem volledig vertrouwt en dat zelfs de "benadeelde" (het slachtoffer) moeite heeft te geloven dat hij de dader is. De brief dient als een getuigschrift van goed gedrag om de onschuld of een milde behandeling te bepleiten. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van schaarste en distributie werden diefstallen van goederen (zoals een vaatje, mogelijk met levensmiddelen) hoog opgenomen. De President Steijnplantsoen ligt in de Amsterdamse Transvaalbuurt, een wijk die in 1942 zwaar getroffen werd door de wegvoering van Joodse inwoners, hoewel deze brief een strafrechtelijke of politionele kwestie van algemene aard lijkt te betreffen. De administratieve stempels en nummers duiden erop dat de brief is opgenomen in een officieel dossier (mogelijk van de Parketpolitie of de Crisis-Controledienst). G. v.d. Heerik