Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 88
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (vervolgblad, pagina 2)

Van: D. v. d. Heerik, Solostraat 7 III, Amsterdam (Oost) Aan: Onbekend (vermoedelijk een marktmeester, ambtenaar of gerechtelijke instantie)

Origineel

Brief (vervolgblad, pagina 2) D. v. d. Heerik, Solostraat 7 III, Amsterdam (Oost) Onbekend (vermoedelijk een marktmeester, ambtenaar of gerechtelijke instantie) 2

Daar ik wel kan begrijpen dat
dergelijke gevallen niet ongestraft
kunnen blijven, hoop en wensch
ik dat aangezien zijn volle ver-
trouwen, dat u de straf voor de
schorsing van de markt zoo gering
mogelijk, of indien mogelijk met
een ernstige waarschuwing af-
maakt, niet alleen ter wille van
mijn zoon maar ook ter wille
van zijn ouders het is al zoo n
moeilijke tijd en dan raakt hij
ook zijn baas nog kwijt, en dat
wil zeggen dat dit voor zijn
zieke moeder ook de tijd voor
in de rij staan aanbreekt, wat
niet mogelijk is, hopende dat u
zal gevoelen wat ook dat zeggen
wil. Mocht u soms een onderhoud
met mij toch wenschen aan u

adres desnoods 's avonds dan ben
ik gaarne bereid bij u te komen
Maar als deze brief voldoende
is hoop ik op de zoo gunstig
mogelijke beslissing zijnerzijds
In afwachting
achtend
D v d Heerik
Solostr 7 III
Amsterdam
(Oost) De brief is een emotioneel pleidooi voor clementie. De schrijver, D. v. d. Heerik, erkent dat er een overtreding is begaan die "niet ongestraft" kan blijven, maar vraagt dringend om de straf (een schorsing van de markt) te beperken tot een waarschuwing of een minimale maatregel.

De argumenten die worden aangevoerd zijn sociaal-economisch van aard:
1. Behoud van werk: De zoon dreigt bij een schorsing zijn "baas" (werkgever) kwijt te raken.
2. Familiale last: De ouders verkeren al in een "moeilijke tijd".
3. Zorg voor de moeder: De moeder is ziek en kan niet "in de rij staan" (waarschijnlijk voor distributie of boodschappen), een taak die blijkbaar op de zoon rust of gefaciliteerd wordt door zijn inkomen/werk op de markt.

De toon is uiterst respectvol en nederig, wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften in die tijd. De afzender biedt zelfs aan om buiten kantooruren ('s avonds) op gesprek te komen om de zaak toe te lichten. De brief is geschreven vanuit de Solostraat in de Indische Buurt (Amsterdam-Oost). De verwijzing naar "in de rij staan" en de "moeilijke tijd" duidt sterk op een periode van schaarste. Dit kan de economische crisis van de jaren '30 zijn, maar de bewoordingen komen ook vaak voor in correspondentie uit de oorlogsjaren (1940-1945), wanneer de distributie van goederen gepaard ging met lange rijen en de markt een vitale bron van inkomsten en voedsel was. De brief geeft een inkijkje in hoe kleine administratieve beslissingen (zoals een marktschorsing) een enorme impact konden hebben op de overlevingskansen van een Amsterdams arbeidersgezin.

Samenvatting

De brief is een emotioneel pleidooi voor clementie. De schrijver, D. v. d. Heerik, erkent dat er een overtreding is begaan die "niet ongestraft" kan blijven, maar vraagt dringend om de straf (een schorsing van de markt) te beperken tot een waarschuwing of een minimale maatregel.

De argumenten die worden aangevoerd zijn sociaal-economisch van aard:
1. Behoud van werk: De zoon dreigt bij een schorsing zijn "baas" (werkgever) kwijt te raken.
2. Familiale last: De ouders verkeren al in een "moeilijke tijd".
3. Zorg voor de moeder: De moeder is ziek en kan niet "in de rij staan" (waarschijnlijk voor distributie of boodschappen), een taak die blijkbaar op de zoon rust of gefaciliteerd wordt door zijn inkomen/werk op de markt.

De toon is uiterst respectvol en nederig, wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften in die tijd. De afzender biedt zelfs aan om buiten kantooruren ('s avonds) op gesprek te komen om de zaak toe te lichten.

Historische Context

De brief is geschreven vanuit de Solostraat in de Indische Buurt (Amsterdam-Oost). De verwijzing naar "in de rij staan" en de "moeilijke tijd" duidt sterk op een periode van schaarste. Dit kan de economische crisis van de jaren '30 zijn, maar de bewoordingen komen ook vaak voor in correspondentie uit de oorlogsjaren (1940-1945), wanneer de distributie van goederen gepaard ging met lange rijen en de markt een vitale bron van inkomsten en voedsel was. De brief geeft een inkijkje in hoe kleine administratieve beslissingen (zoals een marktschorsing) een enorme impact konden hebben op de overlevingskansen van een Amsterdams arbeidersgezin.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6