Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 128
Dossier 3
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum betreffende een schuldvordering.

11 januari 1943.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum betreffende een schuldvordering. 11 januari 1943. Hmuller
Verzonden 11/1

M/HB.

den Heer Administrateur van de Afdee-
ling Assurantiezaken en Wettelijke
Aansprakelijkheid,
Raadhuis,
A l h i e r .

77/96/4M '42 11 Januari 1943.

Schuldvordering
P. van Saane.

De grossier P. van Saane, Sanderijnstraat 7, Amsterdam-West, heeft met de Gemeente Amsterdam een huurovereenkomst aangegaan voor een pakhuisafdeeling op de Centrale Markt, E.no.18, tegen een huurprijs van f 800,- per jaar voor een termijn loopende van 1 Augustus 1942 tot 31 Juli 1943.
Genoemde grossier is door de Inspectie voor de Prijsbeheersching veroordeeld onder meer tot sluiting van zijn bedrijf voor den tijd van een halfjaar, ingaande 19 October 1942 en mag van dezen datum af zijn pakhuis op de Centrale Markt niet meer gebruiken.
Bovengenoemde pakhuisafdeeling blijft echter voor Van Saane gereserveerd, met dien verstande, echter, dat de Burgemeester van Amsterdam heeft bepaald, dat pakhuizen van uitgesloten grossiers gedurende de uitsluiting aan andere gegadigden kunnen worden verhuurd voor den opslag van goederen. De eventueele opbrengst wegens onderverhuringen komen ten goede aan den oorspronkelijken huurder, die uiteraard gehouden is de huur gedurende den contracttijd te blijven betalen.
P. van Saane is in gebreke gebleven de per 1 November en 1 December jl. verschenen termijnen, elk groot f 66,67 te voldoen.

--- Deze ambtelijke correspondentie betreft een incassoprocedure tegen de Amsterdamse grossier P. van Saane. Uit het document blijkt dat Van Saane een pakhuis (sectie E, nummer 18) huurde op de Centrale Markt in Amsterdam voor 800 gulden per jaar.

De kern van de zaak is dat Van Saane door de 'Inspectie voor de Prijsbeheersching' is veroordeeld tot een gedwongen bedrijfssluiting van zes maanden (vanaf oktober 1942). Hoewel hij het pakhuis niet meer mag gebruiken, blijft hij contractueel verantwoordelijk voor de huur. De gemeente behoudt zich het recht voor het pakhuis tijdelijk aan anderen te verhuren om de kosten te drukken, maar Van Saane heeft een betalingsachterstand opgelopen voor de maanden november en december 1942 (totaal 133,34 gulden).

Het document is typerend voor de bureaucratische afhandeling van economische sancties tijdens de oorlogsjaren.

--- Het document dateert van januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde Inspectie voor de Prijsbeheersching was een instantie die tijdens de oorlog streng toezag op prijzen om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Overtredingen, zoals het vragen van te hoge prijzen of het achterhouden van voorraden, werden zwaar bestraft met boetes of, zoals hier, gedwongen bedrijfssluiting.

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De strikte handhaving van huurcontracten, zelfs wanneer een ondernemer door de overheid zelf tot sluiting was gedwongen, illustreert de precaire economische situatie en de onverbiddelijke opstelling van de gemeentelijke administratie onder het toenmalige (door de bezetter gecontroleerde) bestuur. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte. P. van Saane Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Deze ambtelijke correspondentie betreft een incassoprocedure tegen de Amsterdamse grossier P. van Saane. Uit het document blijkt dat Van Saane een pakhuis (sectie E, nummer 18) huurde op de Centrale Markt in Amsterdam voor 800 gulden per jaar.

De kern van de zaak is dat Van Saane door de 'Inspectie voor de Prijsbeheersching' is veroordeeld tot een gedwongen bedrijfssluiting van zes maanden (vanaf oktober 1942). Hoewel hij het pakhuis niet meer mag gebruiken, blijft hij contractueel verantwoordelijk voor de huur. De gemeente behoudt zich het recht voor het pakhuis tijdelijk aan anderen te verhuren om de kosten te drukken, maar Van Saane heeft een betalingsachterstand opgelopen voor de maanden november en december 1942 (totaal 133,34 gulden).

Het document is typerend voor de bureaucratische afhandeling van economische sancties tijdens de oorlogsjaren.


Historische Context

Het document dateert van januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde Inspectie voor de Prijsbeheersching was een instantie die tijdens de oorlog streng toezag op prijzen om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Overtredingen, zoals het vragen van te hoge prijzen of het achterhouden van voorraden, werden zwaar bestraft met boetes of, zoals hier, gedwongen bedrijfssluiting.

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De strikte handhaving van huurcontracten, zelfs wanneer een ondernemer door de overheid zelf tot sluiting was gedwongen, illustreert de precaire economische situatie en de onverbiddelijke opstelling van de gemeentelijke administratie onder het toenmalige (door de bezetter gecontroleerde) bestuur. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6