Getypt bericht (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypt bericht (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 18 februari 1943. "De Directeur" (dienst onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke huisvestings- of financiële dienst). Den Heer Administrateur van de Afdeeling Assurantie zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, Raadhuis, Alhier. [Handgeschreven in rood potlood bovenaan: claba]
M/SV
den Heer Administrateur van de Af-
deeling Assurantie zaken en Wettelijke
Aansprakelijkheid,
Raadhuis,
A l h i e r .
77/96/5 M. 18 Februari 1943.
<u>Schuld vordering P. Saane.</u>
Ten vervolge op mijn schrijven van 11 Januari 1943
No. 77/96/4 M. 1942 deel ik U mede, dat de vordering op
P.Saane per heden bedraagt <u>f. 156,68.</u>
Deze vordering is als volgt samengesteld:
huur November 1942 tot en met Februari 1943
4 x f. 66,67 f. 266,68
af: verhuring aan anderen " <u>110.--</u>
f. <u>156,68</u>
=========
De Directeur, Dit document is een zakelijke correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat (gezien de adressering aan het Raadhuis, "Alhier") betreffende een openstaande huurschuld. De directeur van een niet nader genoemde afdeling informeert de administrateur van de afdeling Assurantiezaken over de actuele stand van een vordering op een persoon genaamd P. Saane.
De vordering betreft de huur over een periode van vier maanden (november 1942 tot en met februari 1943). Opvallend is de post "af: verhuring aan anderen". Dit houdt in dat de oorspronkelijke huurder (Saane) nog steeds aansprakelijk werd gehouden voor de volledige huursom van f. 66,67 per maand, maar dat er een bedrag van f. 110,- in mindering is gebracht omdat het pand gedurende die periode blijkbaar (deels) door anderen werd bewoond of gebruikt.
De berekening is als volgt:
* Bruto huurschuld: 4 maanden x f. 66,67 = f. 266,68.
* Correctie: f. 110,00 (opbrengst uit onderhuur of tijdelijke verhuur door de instantie).
* Netto schuld: f. 156,68. Het document dateert van februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bureaucratische afhandeling van huurschulden en vorderingen in deze periode staat vaak in relatie tot de grootschalige onteigening en deportatie van de Joodse bevolking.
Wanneer Joodse bewoners uit hun huizen werden gezet of gedeporteerd, bleven de administratieve lasten (zoals huurverplichtingen) vaak formeel doorlopen op hun naam, terwijl de panden door de bezetter of de gemeente werden beheerd en vaak opnieuw werden verhuurd aan derden ("verhuring aan anderen"). De afdeling "Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid" speelde in grote gemeenten (zoals Amsterdam) een rol bij het beheer van claims en eigendommen van weggevoerde burgers. Hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of P. Saane een Joodse achtergrond had, past de gehanteerde systematiek naadloos in de administratieve afwikkeling van "onbeheerde" woningen in oorlogstijd.