Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 18 november 1942. De Directeur van de Centrale Markt (waarschijnlijk Amsterdam). G.J. van Draanen, Fazantenweg 61, Amsterdam-Noord. [Rechtsboven, in rood potlood:]
Bleijiehof [?]
[Rechtsboven, getypt:]
VD/HG.
[Midden boven, handgeschreven in potlood:]
Verzonden [onleesbare initialen]
[Adresregels:]
den Heer G.J.van Draanen,
Fazantenweg 61,
Amsterdam-Noord.
[Kenmerk en datum:]
77/100/2 M. 18 November 1942.
[Inhoud brief:]
Mij is gerapporteerd, dat U op 14 November jl. aan een
persoon, die niet in het bezit was van een toegangsbewijs voor de
Centrale Markt, Uw medewerking heeft verleend om dit terrein onbe-
voegd te betreden.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35
lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die
markt voor den tijd van een week, namelijk van Vrijdag 20 tot en met
Donderdag 26 November a.s.
[Afsluiting:]
De Directeur, * Onderwerp: Een officiële strafmaatregel (toegangsontzegging) wegens een overtreding van het marktreglement.
* Aanleiding: De heer Van Draanen heeft op 14 november 1942 een onbevoegde persoon geholpen om het terrein van de Centrale Markt te betreden.
* Sanctie: Een toegangsverbod voor de duur van één week, specifiek van 20 november tot en met 26 november 1942. Er wordt expliciet verwezen naar de juridische grondslag: Artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt.
* Vorm: Het document betreft een doorslag of archiefexemplaar. Dit is te zien aan het ontbreken van een originele handtekening onder "De Directeur" en de administratieve krabbel "Verzonden", wat aangeeft dat het origineel naar de geadresseerde is verstuurd. Dit document stamt uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd een vitale schakel in de voedselvoorziening. Vanwege de schaarste en de invoering van de distributie waren de controles op de toegang tot de markt zeer streng.
Het verlenen van toegang aan onbevoegden werd in deze periode niet alleen gezien als een overtreding van het huishoudelijk reglement, maar kon ook in verband worden gebracht met de zwarte handel of illegale voedseldistributie. De straf van een week ontzegging was een serieuze maatregel, aangezien de betrokkene (waarschijnlijk een handelaar of transporteur woonachtig in Amsterdam-Noord) hierdoor een week lang geen handel kon drijven of goederen kon betrekken op de markt.