Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 155
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

22 december 1942. Van: De waarnemend Directeur van de Centrale Markt Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 22 december 1942. De waarnemend Directeur van de Centrale Markt Amsterdam. (Handgeschreven, bovenaan): Verzonden 22/12 Bed. Chef HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

77/104/3 M. 1. 22 December 1942.

Straf Centrale
Markt L.H. Galjaart.

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 12 December jl. door den contrôleur Boon van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat L.H. Galjaart, wonende Campanulastraat 38 huis, alhier, wien als personeel van kooper Doorman toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een ledige kist ten nadeele van den kooper J. Slagt der Centrale Markt.

Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl Galjaart voornoemd dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Donderdag 24 December 1942 tot en met Woensdag 6 Januari 1943.

Ik ben van meening, dat Galjaart voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Galjaart, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van viermaanden, zulks met ingang van 7 Januari 1943.

De Directeur,
wnd. * Incident: L.H. Galjaart, werkzaam voor een koper genaamd Doorman, heeft op 12 december 1942 een lege kist gestolen van een andere koper (J. Slagt).
* Reeds opgelegde straf: De directeur heeft Galjaart reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd (24 dec t/m 6 jan).
* Verzoek: De directeur verzoekt de Wethouder om bij de Burgemeester te bepleiten dat de straf wordt verzwaard naar een toegangsverbod van vier maanden, gebaseerd op het marktreglement.
* Ambtelijke toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vroege jaren '40 ("heb ik de eer U", "mitsdien beleefd in overweging"). Dit document stamt uit december 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center-locatie aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Vanwege de oorlogsschaarste werd er streng toegezien op orde en rechtmatigheid; zelfs de diefstal van een 'ledige kist' werd hoog opgenomen en leidde tot langdurige uitsluiting van de markt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde in deze periode een cruciale rol in het beheersen van de voedseldistributie in de stad. De genoemde Burgemeester in de tekst was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte.

Samenvatting

  • Incident: L.H. Galjaart, werkzaam voor een koper genaamd Doorman, heeft op 12 december 1942 een lege kist gestolen van een andere koper (J. Slagt).
  • Reeds opgelegde straf: De directeur heeft Galjaart reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd (24 dec t/m 6 jan).
  • Verzoek: De directeur verzoekt de Wethouder om bij de Burgemeester te bepleiten dat de straf wordt verzwaard naar een toegangsverbod van vier maanden, gebaseerd op het marktreglement.
  • Ambtelijke toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vroege jaren '40 ("heb ik de eer U", "mitsdien beleefd in overweging").

Historische Context

Dit document stamt uit december 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center-locatie aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Vanwege de oorlogsschaarste werd er streng toegezien op orde en rechtmatigheid; zelfs de diefstal van een 'ledige kist' werd hoog opgenomen en leidde tot langdurige uitsluiting van de markt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde in deze periode een cruciale rol in het beheersen van de voedseldistributie in de stad. De genoemde Burgemeester in de tekst was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6