Getypt verslag (Afschrift van een rapport).
Origineel
Getypt verslag (Afschrift van een rapport). Directeur van het Marktwezen. Behoort bij brief no. 77/106/4 M.d.d. 18 December 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen. HB.
AFSCHRIFT.
R A P P O R T .
Op Maandag 23 November 1942 deelde de kooper A. Thoen, wonende Mercatorstraat 72 I ons mede, dat van hem 23 ledige kisten, afkomstig van de veiling te Kwintsheul verdwenen waren. Deze kisten zou Thoen op 21 November 1942, omstreeks 8.30 uur v.m. op pier B aan de achterzijde van pakhuis 7 hebben neergezet. Tevens had Thoen reeds vernomen, dat op 23 November 1942 door een knecht van kooper W.J.F.H. Rooseman 23 ledige kisten waren ingeleverd bij de Amsterdamsche Fustcentrale op pier B. Bij onderzoek is ons, rapporteur, het volgende gebleken. Pieter Jacobus Bommezijn, geboren te Amsterdam 16 October 1921, wonende Houtrijkstraat 27 huis, die als personeel in dienst is bij genoemden Rooseman, verklaarde inderdaad 23 ledige kisten op naam en met medeweten van zijn baas te hebben ingeleverd bij de Amsterdamsche Fustcentrale. Deze kisten had hij, Bommezijn, dienzelfden ochtend geladen op pier B. Volgens Bommezijn gebeurt het namelijk wel meer, dat zijn baas ledige kisten heeft staan op tuindersplaats 52 van genoemde pier. Toen hem, Bommezijn, door den knecht van Terpunt, genaamd J. Schijffers, geboren te Amsterdam 23 April 1925, winkelbediende, wonende Barthol. Diasstraat 31 II te Amsterdam werd medegedeeld, dat er een partij kisten op plaats 52 stond en deze waarschijnlijk van zijn baas, Rooseman, waren, heeft hij Rooseman hiernaar gevraagd en van deze toestemming gehad om de kisten in te leveren bij de Amsterdamsche Fustcentrale. Rooseman, hierover door ons gehoord, bevestigde hetgeen door Bommezijn was verklaard. Rooseman verklaarde in de veronderstelling te zijn geweest, dat zijn zoon L. Rooseman, die ook bij hem als personeel in dienst is, de kisten voorloopig op genoemde tuindersplaats had gezet. Deze zoon, aldus Rooseman, verzorgt hoofdzakelijk de ledige kisten voor mij. De knecht van Terpunt weet, dat ik bij erge drukte mijn ledige kisten wel eens op de tuindersplaats laat zetten om ze dan later in te leveren. Afgaande op dien knecht heb ik toen aan Bommezijn gezegd, dat hij de kisten maar moest inleveren. Ik acht het niet onmogelijk, dat ik daardoor toestemming heb gegeven om op mijn naam kisten in te leveren, welke in werkelijkheid niet van mij waren. Hierna hebben wij nog gehoord, J. Schijffers, personeel van grossier K.F. Terpunt, die ongeveer hetzelfde verklaarde als Bommezijn en kooper Rooseman. Nu zou voor het verder afdoen van dit geval den weg zijn geweest, dat wij ook L. Rooseman hadden gehoord. Dit hebben wij opzettelijk niet gedaan en wel om de volgende reden: Het is H. Klok, bedrijfsleider van de Amsterdamsche Fustcentrale reeds eerder opgevallen, dat door personeel van Rooseman opmerkelijk groote hoeveelheden ledige kisten zijn ingeleverd. En niet alleen bij de Amsterdamsche Fustcentrale, ook bij Barend van Dijk zou Rooseman volgens Klok veel ledige kisten inleveren. Waar men bij de Amsterdamsche Fustcentrale een ontzaglijk tekort heeft aan ledige kisten, acht Klok het niet onmogelijk, dat de kooper Rooseman met zijn zoon en knecht of mogelijk zijn zoon en den knecht geregeld ledige kisten hebben gestolen op de Centrale Markt. De cijfers, welke ons door Klok zijn genoemd, met betrekking tot het ingeleverde ledige fust door Rooseman of diens personeel, doen inderdaad vermoeden, dat wij hier met een * Casus: De handelaar A. Thoen mist 23 kisten die hij op Pier B had neergezet. Deze blijken te zijn ingeleverd door P.J. Bommezijn, een werknemer van de concurrerende handelaar W.J.F.H. Rooseman.
* Verdediging: Rooseman claimt dat het een misverstand was. Hij dacht dat zijn zoon (L. Rooseman) de kisten daar had geplaatst en gaf op basis van een tip van een derde (J. Schijffers) opdracht ze in te leveren.
* Verdachte omstandigheden: De bedrijfsleider van de Fustcentrale, H. Klok, merkt op dat Rooseman opvallend grote hoeveelheden fust inlevert, terwijl er overal tekorten zijn.
* Conclusie van de rapporteur: Er is een sterk vermoeden van stelselmatige diefstal van fust (verpakkingsmateriaal) op de Centrale Markt door Rooseman en zijn personeel. De tekst breekt af midden in een zin op de tweede pagina (niet aanwezig). Dit document stamt uit december 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributiecontroles. "Fust" (houten kisten voor groente en fruit) was een schaars en kostbaar goed geworden. Omdat de handel strikt gereguleerd was door het Marktwezen, was diefstal van emballage een economisch delict dat direct de voedselvoorziening kon verstoren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam (destijds de pro-Duitse Jan Smit) hield toezicht op deze zaken. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.