Archiefdocument
Origineel
Schulden kramerrekeningen
per 14/2.1942
J. Mayurt v d Helststraat 19 f 4.63.
J.J. Roger Lindengracht 256 f 3.63.
heeft geen gevolg gegeven aan de aanmaning
van 29/1. 42.
telefonische mededeeling
van Roger: "zal nog heden
f 5.- betalen" [paraaf] 14/2 '42
[Rode tekst diagonaal:] Insp.
[Linksonder:] accord [paraaf] 16/2 '42
[Stempel midden onder:] 85 / 1 / 6 M. 1942 18 / 2
[Tekst over stempel:] Gezien 2-3-42 de Haan
[Tekst rechtsonder:] Roger oproepen 23-2-'42 de Haan
[Rechtsboven in de hoek:] 192 Dit document is een ambtelijke voortgangsnotitie betreffende de inning van kleine achterstallige bedragen, aangeduid als "kramerrekeningen". Het betreft twee bewoners van Amsterdam. Uit de notitie blijkt dat een eerdere aanmaning van 29 januari 1942 door de heer Roger niet werd opgevolgd. Op 14 februari 1942 heeft hij telefonisch toegezegd alsnog 5 gulden te betalen.
Verschillende ambtelijke stappen zijn zichtbaar op het papier:
1. De initiële notering van de schuld (14 februari).
2. De goedkeuring ("accord") op 16 februari.
3. Een instructie om de heer Roger op te roepen voor 23 februari.
4. Een eindcontrole ("Gezien") op 2 maart 1942 door een ambtenaar genaamd 'de Haan'.
De rode aantekening "Insp." duidt op de betrokkenheid of controle van een inspectie-afdeling. Het document dateert uit het begin van 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode hield de lokale bureaucratie de financiële verplichtingen van burgers nauwgezet bij. De adressen (Lindengracht in de Jordaan en v.d. Helststraat in de Pijp) situeren de betrokkenen in Amsterdamse volksbuurten.
De term "kramerrekening" verwijst waarschijnlijk naar heffingen of rekeningen gerelateerd aan straathandel of kleine neringdoenden (kramers), maar het kan ook een specifieke administratieve term zijn voor kleine gespreide betalingen aan de gemeente. De strikte opvolging voor bedragen van slechts enkele guldens illustreert de rigide ambtelijke controle tijdens de bezettingsjaren. J. Mayurt J.J. Roger