Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 201
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (met handgeschreven aantekeningen)

16 mei 1942 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) Aan: S. Schelvisch, Waterlooplein 56, Amsterdam-C.

Origineel

Getypte brief (met handgeschreven aantekeningen) 16 mei 1942 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) S. Schelvisch, Waterlooplein 56, Amsterdam-C. [Handgeschreven in potlood, rechtsboven:]
Verzonden 18/5 [gevolgd door paraaf/naam, mogelijk U. Rijffler]
HB.

[Getypte tekst:]
S.Schelvisch,
Waterlooplein 56,
Amsterdam-C.
Wijk 9.

85/1/14M. 16 Mei 1942.

Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 9 Mei j.l. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van f 1.45 aan mijn dienst verschuldigd was.
Ik geef U thans de gelegenheid dit bedrag binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.

De Directeur,

[Handgeschreven in inkt onderaan:]
Betaald per Kas op 19/5-42: f 1.45 [of 1.50]

--- * Inhoud: Het betreft een dwingend verzoek tot betaling van een openstaand bedrag van 1,45 gulden voor het plaatsen van marktkramen op 9 mei 1942. De toon is officieel en dreigend: indien er niet binnen vier dagen wordt betaald, zal de marktvergunning worden ingetrokken. Dit zou voor de ontvanger het verlies van zijn bron van inkomsten betekenen.
* Administratieve sporen:
* De brief is gedateerd op 16 mei, maar de potloodaantekening "Verzonden 18/5" laat zien dat de verzending twee dagen later plaatsvond.
* De handgeschreven aantekening onderaan bevestigt dat de schuld op 19 mei 1942 contant ("per Kas") is voldaan, één dag na verzending.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vroege 20e eeuw ("terzake van", "bij gebreke waarvan", "dato dezes"). Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Waterlooplein 56) en de naam (S. Schelvisch) plaatsen dit document direct in de context van de Jodenvervolging in Amsterdam. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt.

In deze periode werden de restricties voor Joodse burgers steeds verstikkender. Terwijl de bezetter Joden steeds verder uit het economische leven weerde, bleven de gemeentelijke diensten (zoals de Dienst der Markten) de regels strikt handhaven. Voor een Joodse koopman was het behoud van een marktvergunning essentieel om te overleven, wat de dreiging in deze brief extra zwaar beladen maakt. Een bedrag van 1,45 gulden lijkt klein, maar in de precaire situatie van 1942 was elke vordering een potentieel gevaar voor de bestaanszekerheid. Uit archiefonderzoek blijkt dat Simon Schelvisch op dit adres woonde; hij en zijn familie zijn later in de oorlog weggevoerd en vermoord in de kampen.

Samenvatting

  • Inhoud: Het betreft een dwingend verzoek tot betaling van een openstaand bedrag van 1,45 gulden voor het plaatsen van marktkramen op 9 mei 1942. De toon is officieel en dreigend: indien er niet binnen vier dagen wordt betaald, zal de marktvergunning worden ingetrokken. Dit zou voor de ontvanger het verlies van zijn bron van inkomsten betekenen.
  • Administratieve sporen:
    • De brief is gedateerd op 16 mei, maar de potloodaantekening "Verzonden 18/5" laat zien dat de verzending twee dagen later plaatsvond.
    • De handgeschreven aantekening onderaan bevestigt dat de schuld op 19 mei 1942 contant ("per Kas") is voldaan, één dag na verzending.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vroege 20e eeuw ("terzake van", "bij gebreke waarvan", "dato dezes").

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Waterlooplein 56) en de naam (S. Schelvisch) plaatsen dit document direct in de context van de Jodenvervolging in Amsterdam. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt.

In deze periode werden de restricties voor Joodse burgers steeds verstikkender. Terwijl de bezetter Joden steeds verder uit het economische leven weerde, bleven de gemeentelijke diensten (zoals de Dienst der Markten) de regels strikt handhaven. Voor een Joodse koopman was het behoud van een marktvergunning essentieel om te overleven, wat de dreiging in deze brief extra zwaar beladen maakt. Een bedrag van 1,45 gulden lijkt klein, maar in de precaire situatie van 1942 was elke vordering een potentieel gevaar voor de bestaanszekerheid. Uit archiefonderzoek blijkt dat Simon Schelvisch op dit adres woonde; hij en zijn familie zijn later in de oorlog weggevoerd en vermoord in de kampen.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6