Verzoekschrift (Requeste) gericht aan de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Verzoekschrift (Requeste) gericht aan de Burgemeester van Amsterdam. Amsterdam, 24 juni 1942 (indiening) en 27 juni 1942 (doorsturing). No. 511 L.M. 1942 26/6
Amsterdam, 24.6.42
85/1/22 M.1942
A. Jansen, Lindenstraat 93
Geeft eerbiedig te kennen,
A. Jansen alsboven,
dat requestrant krachtens beschikking van 29 November 1938 .No. 811
L.M gerechtigd "Kramen" op te zetten, op de Lindengracht- Westerstraat
en Noordermarkt- op een andere tijd dan daarvoor aanvankelijk was bes-
stemd.
dat reqeustrant een schrijven ontving waaruit mag blijken, dat krachtens
dagteekening van 18 Juni , deze beschikking ten opzichte van -reques-
trant voornoemd is ingetrokken,
dat requestrant echter bewijs van betaling thans in zijn bezit heeft van
19 Juni 1942
dat het hierom is dat requestrant, eerbiedig verzoekt d e destijds aan
hem verleende beschikking, waarbij aan requestrant vergunning werd ver-
leend om "Kramen" op te zetten zooals voormeld, aan hem requestrant
weder te willen verleenen, alles in verband met het rapport, van den
Heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen van 2 Juni 1942-No
85/1/17 M.
den F.A. Heer Voute 'tWelk doende-
Burgemeester van Amsterdam. w.g. A.J.Jansen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zwem-
inrichting stelt deze in handen van den
Heer Directeur van het Marktwezen om
advies,
Amsterdam, 27 Juni 1942 Het document is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktkoopman, A. Jansen, om herstel van zijn vergunning voor het plaatsen van kramen op de markten in de Jordaan (Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt).
Kernpunten:
* Intrekking vergunning: Jansen had sinds 1938 een vergunning voor specifieke markttijden. Op 18 juni 1942 werd deze ingetrokken, vermoedelijk wegens een betalingsachterstand.
* Bewijs van betaling: Jansen voert aan dat hij op 19 juni 1942 alsnog heeft betaald en verzoekt op basis daarvan om herstel van zijn rechten.
* Administratieve route: Het verzoek is gericht aan de burgemeester, wordt geparafeerd door de wethouder en ter advisering doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen.
* Stempel: Op de achtergrond is een doordruk te zien van een stempel van "MARKTWEZEN AMSTERDAM". Dit document stamt uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester aan wie het gericht is, Edward Voûte, was een collaborerend bestuurder die door de bezetter was aangesteld.
De markten op de Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt bevinden zich in de Jordaan en waren (en zijn) cruciaal voor de lokale economie. Tijdens de bezetting was de regeldruk op marktkooplieden enorm hoog en was de controle op betalingen en vergunningen strikt, mede vanwege de schaarste aan goederen en de distributiebonnen. Voor een kleine ondernemer zoals Jansen betekende het intrekken van een vergunning direct verlies van inkomen. Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van het dagelijks leven onder de bezetting, waarbij zelfs eenvoudige marktvergunningen een formele gang langs de hoogste stadsbestuurders vereisten. A. Jansen E.J. Vo F.A. Heer Marktwezen