Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 255
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief.

16 februari 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst).

Origineel

Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief. 16 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). [Rechtsboven, handgeschreven:] A. Müller
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 16/2
[Rechtsboven, getypt:] VB/HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

85/4/2 M. 16 Februari 1942.

Intrekking vergunning tot het plaatsen
van kramen ten name van L.M.Geerling.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.M.Geerling, wonende Amsterdamscheweg 80, Amstelveen, wien bij beschikking van Burgemeester en Wethouders d.d. 29 November 1938 onder No.811 L.M.1938 vergunning is verleend tot het op een anderen dan voor de markt bestemden tijd opzetten van kramen op de markt Albert Cuypstraat, mij mededeeling heeft gedaan, dat hij zijn zaak heeft overgedaan aan W.C.Markus, Govert Flinckstraat 206, alhier, die eveneens in het bezit is van een vergunning tot het zetten van kramen op de markt Albert Cuypstraat (Besluit Burgemeester en Wethouders d.d. 29 November 1938 No.811 L.M.1938).
Tegen de onderhavige overdracht bestaat dezerzijds geen bezwaar beleefd geef ik U in overweging wel te willen bevorderen, dat door den Burgemeester van Amsterdam de vergunning ten name van L.M.Geerling wordt ingetrokken.

De Directeur, * Inhoud: Het document is een formeel advies aan de wethouder om een specifieke marktvergunning in te trekken. L.M. Geerling, wonachtig in Amstelveen, had een vergunning om buiten de reguliere markttijden kramen op te stellen op de Albert Cuypmarkt. Hij heeft zijn nering overgedaan aan W.C. Markus (gevestigd in de Govert Flinckstraat). Omdat Markus al over een vergunning beschikt, kan de vergunning op naam van Geerling vervallen.
* Toon: Zeer formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "dezerzijds geen bezwaar", "in overweging wel te willen bevorderen").
* Administratieve context: De brief verwijst naar eerdere besluitvorming uit november 1938, wat aangeeft dat de vergunningenstelsels ook na de inval van 1940 in de basis bleven doorlopen op basis van vooroorlogse regelingen. * Historische context: De brief is gedateerd 16 februari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst louter administratief lijkt, is de Albert Cuypmarkt in deze periode een beladen plek. Sinds eind 1941 waren Joodse marktkooplieden daar verdreven naar aparte "Joodse markten". Dit document illustreert de voortgang van de reguliere bureaucratie te midden van deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen.
* Geografische context: De betrokkenen zijn gevestigd in de directe nabijheid van de markt (Govert Flinckstraat) of in de randgemeente Amstelveen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de wijk De Pijp.
* Personen: De naam "A. Müller" bovenaan kan verwijzen naar de ambtenaar die de verzending heeft gecontroleerd of de kopie heeft geparafeerd. De naam "A. Müller" bovenaan kan verwijzen naar de ambtenaar die de verzending heeft gecontroleerd of de kopie heeft geparafeerd.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een formeel advies aan de wethouder om een specifieke marktvergunning in te trekken. L.M. Geerling, wonachtig in Amstelveen, had een vergunning om buiten de reguliere markttijden kramen op te stellen op de Albert Cuypmarkt. Hij heeft zijn nering overgedaan aan W.C. Markus (gevestigd in de Govert Flinckstraat). Omdat Markus al over een vergunning beschikt, kan de vergunning op naam van Geerling vervallen.
  • Toon: Zeer formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "dezerzijds geen bezwaar", "in overweging wel te willen bevorderen").
  • Administratieve context: De brief verwijst naar eerdere besluitvorming uit november 1938, wat aangeeft dat de vergunningenstelsels ook na de inval van 1940 in de basis bleven doorlopen op basis van vooroorlogse regelingen.

Historische Context

  • Historische context: De brief is gedateerd 16 februari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst louter administratief lijkt, is de Albert Cuypmarkt in deze periode een beladen plek. Sinds eind 1941 waren Joodse marktkooplieden daar verdreven naar aparte "Joodse markten". Dit document illustreert de voortgang van de reguliere bureaucratie te midden van deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen.
  • Geografische context: De betrokkenen zijn gevestigd in de directe nabijheid van de markt (Govert Flinckstraat) of in de randgemeente Amstelveen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de wijk De Pijp.
  • Personen: De naam "A. Müller" bovenaan kan verwijzen naar de ambtenaar die de verzending heeft gecontroleerd of de kopie heeft geparafeerd.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6