Ambtelijke notitie/adviesbrief met diverse aantekeningen.
Origineel
Ambtelijke notitie/adviesbrief met diverse aantekeningen. Mei 1942 (verschillende data: 5-5-42, 8-5-42, 15-5-42, 18-5-42, 22-5-42). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. – No. 05/15/1 194 2
DOORGEZONDEN: 5/5-'42.
[Handgeschreven rechtsboven:]
H. Leyden van Amstel 398
M. 71 Joubertstraat
[Handgeschreven links:]
Joubertstraat
[Handgeschreven midden:]
15-5-42
Den Heer
Inspecteur
H. Leiden van Amstel p.b:h:n: 71, verkoopt consumptie ijs, en heeft daarvoor een speciale kar nodig, welke hij in eigendom bezit. Hierbij zou ik U in overweging willen geven, het verzoek tot het mogen gebruiken van zijn eigen kar, toe te staan.
J. Renz
[Handgeschreven aantekeningen rechterzijde:]
Th. Renz
advies 8-5-42
akkoord
[Rode aantekening midden links:]
05/15/2 IZ
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
Modelbriefje
acc - JD 22/5 42
geen bezwaar -
Zie rapport Chef marktwezen
18-5-42
de Heer
[Drukwerk linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Het document is een ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt over een verzoek van een ijsverkoper, H. Leiden van Amstel. De man woont of werkt in de Joubertstraat (nr. 71). Hij vraagt toestemming om zijn eigen, gespecialiseerde kar te gebruiken voor de ijsverkoop.
De tekst is geschreven in een duidelijk leesbaar currens-handschrift. De diverse aantekeningen en data in de kantlijn en onderaan tonen de bureaucratische gang van het document: van de eerste aanvraag en het advies van (waarschijnlijk familieleden/collega's) J. en Th. Renz tot de uiteindelijke goedkeuring ("geen bezwaar", "akkoord") na raadpleging van de Chef Marktwezen. De term "Modelbriefje" suggereert dat er een standaard antwoord is opgesteld naar aanleiding van dit besluit. Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de straathandel in steden als Amsterdam (waar de Joubertstraat in de Transvaalbuurt ligt) streng gereguleerd. Elke wijziging in bedrijfsvoering, zoals het type kar dat gebruikt werd, moest door de autoriteiten (vaak de politie of de marktdienst) worden goedgekeurd.
De Joubertstraat bevond zich in een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de Joodse wijken ("Judenviertel"), wat een extra laag van administratieve controle en restrictie met zich meebracht, hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of de verzoeker Joods was. De efficiënte, bijna zakelijke afhandeling van dergelijke kleine burgerlijke verzoeken typeert de ambtelijke molen die ook tijdens de bezetting bleef doordraaien.