Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 315
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun, grijsachtig papier) met handgeschreven administratieve aantekeningen.

27 juni 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun, grijsachtig papier) met handgeschreven administratieve aantekeningen. 27 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven in potlood:]
noteren diep.
V.K.K. [of U.K.K.]
gep. soll. b.
[initialen, mogelijk AS]

[Midden boven, handgeschreven in potlood:]
Verzonden 27/6

[Rechtsboven, handgeschreven in potlood:]
de H. Inspecteur
ter kennis en terug-
zending

[Rechtsboven, getypt:]
HB.

[Getypt midden-boven:]
den Heer A. Lierens,
Ternatestraat 9 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18 B.

85/16/2 M. 27 Juni 1942.

Ingevolge Uw desbetreffend verzoek verleen ik U hierbij
toestemming om op Uw standplaats op de markt Waterlooplein van
Uw eigen kar gebruik te maken.

De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling waarin de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (hoogstwaarschijnlijk het Marktwezen) officieel toestemming geeft aan de heer A. Lierens om zijn eigen kar te gebruiken op zijn vaste standplaats op het Waterlooplein.

De brief bevat diverse administratieve sporen:
1. Handgeschreven kanttekeningen: Deze tonen de interne circulatie aan. De brief is ter kennisname naar een inspecteur gestuurd en er is genoteerd dat de brief daadwerkelijk op 27 juni is verzonden.
2. Locatiebepaling: De aanduiding "Wijk 18 B" en de specifieke vermelding van de "markt Waterlooplein" koppelen dit document direct aan de markthandel in het centrum van Amsterdam.
3. Formele toon: De formulering "Ingevolge Uw desbetreffend verzoek" wijst op een voorafgaande correspondentie en een strikte bureaucratische procedure voor zaken die tegenwoordig triviaal lijken, zoals het type kar dat op een markt gebruikt mag worden. De historische context van dit document is beladen. De datum, 27 juni 1942, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. De markt op het Waterlooplein bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt. In 1941 hadden de nazi's het Waterlooplein aangewezen als een 'Joodse markt', waar alleen nog Joodse kooplui mochten staan en alleen Joodse klanten mochten komen.

De geadresseerde, Abraham Lierens, was een Joodse marktkoopman. Dat hij op dit late tijdstip nog toestemming vraagt en krijgt voor het gebruik van zijn eigen kar, illustreert de wrange voortgang van de bureaucratie terwijl de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties in volle gang waren (de eerste grote razzia's en transporten naar Westerbork begonnen in juli 1942, slechts enkele dagen na deze brief). Uit archiefstukken elders (zoals de registers van de Jodenvervolging) blijkt dat Abraham Lierens en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn later in 1942 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van het 'normale' leven dat tot op het laatste moment door de bureaucratie werd gereguleerd.

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling waarin de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (hoogstwaarschijnlijk het Marktwezen) officieel toestemming geeft aan de heer A. Lierens om zijn eigen kar te gebruiken op zijn vaste standplaats op het Waterlooplein.

De brief bevat diverse administratieve sporen:
1. Handgeschreven kanttekeningen: Deze tonen de interne circulatie aan. De brief is ter kennisname naar een inspecteur gestuurd en er is genoteerd dat de brief daadwerkelijk op 27 juni is verzonden.
2. Locatiebepaling: De aanduiding "Wijk 18 B" en de specifieke vermelding van de "markt Waterlooplein" koppelen dit document direct aan de markthandel in het centrum van Amsterdam.
3. Formele toon: De formulering "Ingevolge Uw desbetreffend verzoek" wijst op een voorafgaande correspondentie en een strikte bureaucratische procedure voor zaken die tegenwoordig triviaal lijken, zoals het type kar dat op een markt gebruikt mag worden.

Historische Context

De historische context van dit document is beladen. De datum, 27 juni 1942, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. De markt op het Waterlooplein bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt. In 1941 hadden de nazi's het Waterlooplein aangewezen als een 'Joodse markt', waar alleen nog Joodse kooplui mochten staan en alleen Joodse klanten mochten komen.

De geadresseerde, Abraham Lierens, was een Joodse marktkoopman. Dat hij op dit late tijdstip nog toestemming vraagt en krijgt voor het gebruik van zijn eigen kar, illustreert de wrange voortgang van de bureaucratie terwijl de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties in volle gang waren (de eerste grote razzia's en transporten naar Westerbork begonnen in juli 1942, slechts enkele dagen na deze brief). Uit archiefstukken elders (zoals de registers van de Jodenvervolging) blijkt dat Abraham Lierens en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn later in 1942 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van het 'normale' leven dat tot op het laatste moment door de bureaucratie werd gereguleerd.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6