Verklaring van opname in het ziekenhuis.
Origineel
Verklaring van opname in het ziekenhuis. 8 januari 1942. NEDERLANDSCH-ISRAËLIETISCH ZIEKENHUIS
TE AMSTERDAM
TELEFOON 53810-50588-50589
AMSTERDAM-C., 8 Januari 1942
N. KEIZERSGRACHT 110
GD
Verzoeke bij de beantwoording den datum van dezen brief aan te halen.
$N^{\underline{o}}$ 86/3/I M. 1942 $\frac{10}{I}$
Ondergeteekende verklaart, dat de heer Marcus Drukker op 22 December 1941 in het Nederl. Israel. Ziekenhuis ter verpleging werd opgenomen.
De Geneesheer-Directeur,
[Handtekening]
[Handgeschreven aantekeningen:]
M. Drukker, Oude Schans $58^{II}$
vrijstellen van betaling
marktgeld vanaf 21 Dec '41.
markt Waterlooplein.
geen schuld.
[Handtekening] 12/1 '42
Waterloopl: J.
Bl: n: 36
inschrijver amb. 13 12/1 '42
[Rood stempel:] 86/3/2M
16/1/42 [Paraaf]
JL. 10.000-11-'40 Dit document is een officiële medische verklaring van het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ), opgesteld door of namens de geneesheer-directeur. De verklaring bevestigt dat de heer Marcus Drukker op 22 december 1941 is opgenomen voor verpleging.
De handgeschreven aantekeningen onder de hoofdtekst duiden op het administratieve vervolg van deze verklaring. Marcus Drukker woonde aan de Oude Schans 58-II en was blijkbaar marktkoopman op het Waterlooplein. De verklaring diende als bewijsstuk om hem vrij te stellen van de betaling van het "marktgeld" (staangeld) gedurende zijn periode van ziekte/hospitalisatie, met terugwerkende kracht vanaf 21 december 1941. De opmerking "geen schuld" wijst erop dat hij tot aan zijn opname aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan. Het document dateert van januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de vervolging van de Joodse bevolking in het bezette Nederland drastisch toe. Het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht was een vitale instelling voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die door de bezetter steeds meer werd geïsoleerd.
Het feit dat Marcus Drukker op de markt van het Waterlooplein stond, is typerend voor de sociaaleconomische structuur van de Joodse buurt in Amsterdam. In 1941 waren de markten in Amsterdam al gesegregeerd; Joodse handelaren mochten alleen nog op aangewezen markten staan. Dit document illustreert hoe zelfs tijdens de bezetting en onder zware druk de bureaucratie rondom vergunningen en belastingen (zoals marktgeld) bleef doorgaan, en hoe burgers officiële wegen moesten bewandelen om vrijstellingen te verkrijgen bij ziekte. J.