Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen. 14 mei 1942. Mevrouw F. A. Gruonheim-Ludwig, Volkerakstraat 34 hs, Amsterdam Z. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. [Stempel/Nummering rechtsboven:]
№ 86 / 16 / 3 M. 1942 16/5
[Links boven:]
№ 86/16/2 M.
[Rechts:]
Amsterdam, den 14 Mei 1942.
[In ander handschrift/potlood:] nv. Insp.
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14.
In antwoord op u schrijven van 4 Mei 1942. deel ik u mede dat mijn man al lang weg was naar de kampe toen u brief kwam. Zoo dat u nu iets laater die legitimatiekaart toe gestuurt word.
Hoogachtend
Mevrouw F. A. Gruonheim-Ludwig
Volkerakstr 34 hs
Amsterdam Z.
[Rechtsonder, in ander handschrift:]
Accord
[onleesbaar/initialen] 20/5-42 In deze zakelijke correspondentie reageert mevrouw Gruonheim-Ludwig op een schrijven van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De toon is beleefd doch direct. Ze legt uit waarom de gevraagde legitimatiekaart nog niet is ingeleverd: haar echtgenoot was al "naar de kampe" vertrokken voordat de brief van het Marktwezen arriveerde.
Taalkundig valt op dat de schrijfster enkele spelfouten maakt die typerend zijn voor de tijd of voor iemand wiens moedertaal mogelijk niet Nederlands is (zoals het ontbreken van de bezittelijke 'w' bij "u schrijven", "laater", "gestuurt word" en het archaïsche/verbasterde "kampe"). Het document is administratief verwerkt, getuige de stempels en de krabbel "Accord" (akkoord) onderaan, wat aangeeft dat de vertraging werd geaccepteerd door de ambtenaar. De datum (mei 1942) en de inhoud van de brief zijn historisch zeer beladen. We bevinden ons midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding dat haar man "naar de kampe" is, verwijst naar de deportatie van Joodse mannen naar werkkampen of concentratiekampen. In mei 1942 was de systematische vervolging en deportatie van de Joodse bevolking in Amsterdam in volle gang.
Het "Marktwezen" hield toezicht op handelaren. In deze periode werden Joodse ondernemers en marktkooplieden stelselmatig uitgesloten van het economisch verkeer. Het feit dat er om een legitimatiekaart wordt gevraagd van iemand die al is weggevoerd, illustreert de bureaucratische realiteit van die tijd, waarbij administratieve processen doorliepen terwijl de betrokkenen reeds hun vrijheid hadden verloren. De achternaam Gruonheim (mogelijk een spellingvariant van Gronheim of Guggenheim) en het adres in de Rivierenbuurt (Amsterdam Zuid), een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden, versterken dit beeld. A. Gruonheim Gemeente Amsterdam Marktwezen