Archiefdocument
Origineel
Vermoedelijk de Dienst der Markten of een gerelateerde afdeling van de Gemeente Amsterdam (gezien de referentie aan 'marktgeld'). Den Heer M.A. Jacobs, Ruyschstraat 20 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven rechtsboven:] Hapman [onzeker]
[Handgeschreven bovenaan:] Verzonden m/s
HG.
86/21/1 M.
11 Mei 1942.
den Heer M.A.Jacobs,
Ruyschstraat 20 I,
Gaaspstraat. [links gepositioneerd] Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
vrijstelling betaling
marktgeld Gaaspstraat.
Gaaspstraat
13 April 1942
XXXXXXXX Dit document is een ambtelijk bericht of een registratie van een besluit betreffende de heer M.A. Jacobs. Het betreft een vrijstelling voor het betalen van marktgeld voor een staanplaats in de Gaaspstraat. Hoewel het document op 11 mei 1942 is gedateerd, wordt onderaan verwezen naar de datum 13 april 1942, wat mogelijk de ingangsdatum van de vrijstelling of de datum van de oorspronkelijke aanvraag is.
De handgeschreven notitie "Verzonden m/s" duidt op de administratieve afhandeling (waarschijnlijk "met stukken" of een verwijzing naar een specifieke verzendwijze). De toevoeging "Wijk 11" bij het adres was onderdeel van de toenmalige administratieve indeling van Amsterdam. De historische context van dit document is zeer specifiek en beladen. De datum (mei 1942) valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie die in het document centraal staat, de Gaaspstraat, was vanaf 3 november 1941 de plek van een van de drie door de bezetter ingestelde "Joodse markten" in Amsterdam. Joodse marktkooplieden werden gedwongen hun handel uitsluitend op deze afgezonderde markten te drijven.
De ontvanger, Mozes Abraham Jacobs (geboren in 1894), was inderdaad een Joodse marktkoopman die ten tijde van deze brief op het adres Ruyschstraat 20 I woonde. Het feit dat hij vrijstelling van marktgeld kreeg in mei 1942, kan te maken hebben met de steeds restrictiever wordende maatregelen of een wijziging in zijn persoonlijke omstandigheden door de vervolging.
Slechts enkele maanden na deze correspondentie, vanaf juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Mozes Abraham Jacobs in 1943 is vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. Dit ogenschijnlijk droge administratieve document vormt daarmee een direct bewijsstuk van de bureaucratische afhandeling van het leven van Joodse burgers vlak voordat de deportaties in volle gang werden gezet.