Getypte memo/notitie met punten voor een brief.
Origineel
Getypte memo/notitie met punten voor een brief. 20 april 1942. PUNTEN VOOR BRIEF AAN W.L.M.
Onderwerp: Aanvulling Reglement op de Centrale Markt met voorschriften inzake wanbetalers.
Amsterdam, 20 April 1942.
In Voordracht tot Stichting markt met markthal van December 1922 (vide No. Afd. I Gemeenteblad) werden reeds richtlijnen aangegeven tot ordening van den handel op de nieuw te bouwen markt voor aardappelen, groenten en fruit. Ik noem onder andere de veilingsplicht voor tuinders, het ombouwen van de kleinhandelsveiling tot grossiersveiling; het van overheidswege vaststellen van verkoopcondities.
Hoewel sedert de opening der Centrale Markt in October 1934 reeds een zekere saneering van den handel heeft plaatsgevonden en wel hoofdzakelijk op het terrein van den groothandel – een en ander als gevolg van het feit, dat markt op afgesloten terrein wordt gehouden, zoodat toegang tot markt geheel in de hand kon worden genomen en als gevolg van de verhuurpolitiek: ik noem een minimumtarief van één maand, waardoor gelegenheidsgrossiers geheel zijn verdwenen en langzamerhand een bonafide grossiersstand is ontstaan – is tot nu toe van een werkelijke opbouw en organisatie van den handel niet veel terechtgekomen. Dit moet voornamelijk worden geweten aan het ontbreken van eenheid onder de handelaren, waardoor pogingen van de Overheid om tot organisatie en ordening op het gebied van den handel te geraken, steeds op verzet van de zijde dezer handelaren stuitte.
Geconstateerd kan echter worden, dat de laatste jaren ten deze een kentering is gekomen. In Mei 1940 zijn de tuinders, die totdien als markttuinders verkochten hun producten zelfstandig aan de kleinhandelaren verkochten door de Regeering verplicht om hun producten aan te voeren op de op de Centrale Markt gevestigde veiling; tegelijkertijd werd deze veiling van kleinhandelsveiling in groente en fruit omgezet in groothandelsveiling. Dit feit beteekende een belangrijke stap in de richting van een ordening van den handel, omdat hierdoor ongezonde concurrentieverhoudingen werden uit den weg geruimd (zie hieromtrent mijn brief d.d. No. ). Sindsdien heeft de groothandel de kans gekregen om de plaats in te nemen in het marktverkeer, waarop hij krachtens zijn wezen recht had.
Ik merk hierbij op, dat ik een gezonde ontwikkeling der Centrale Markt slechts mogelijk acht, indien met kracht wordt bevorderd:
voor den aanvoer:
1. de ontwikkeling van een bloeiend veilingwezen;
voor de verdeeling onder den kleinhandel:
2. het bestaan van een gezonde grossiersstand;
voor de distributie onder de bevolking:
3. het tot bloei brengen van een bonafide kleinhandel. * Doel van het document: Het document dient als voorbereiding voor een officiële brief over het reguleren van de handel op de Centrale Markt in Amsterdam, specifiek gericht op het aanpakken van wanbetalers door middel van reglementaire aanpassingen.
* Historisch overzicht: De schrijver blikt terug op de plannen uit 1922 en de opening in 1934. Hij stelt dat de fysieke afsluiting van het marktterrein hielp bij het weren van "gelegenheidsgrossiers" (onbetrouwbare tussenpersonen), maar dat de algemene organisatie moeizaam bleef door gebrek aan eenheid onder handelaren.
* Kernpunt: Er wordt gepleit voor een strikte scheiding en professionalisering van drie schakels: de veiling (aanvoer), de grossier (tussenhandel) en de kleinhandel (distributie naar de burger).
* Belangrijke verschuiving: De tekst noemt mei 1940 (het begin van de bezetting) als het moment waarop de overheid de veilingsplicht afdwong, wat de positie van de groothandel versterkte. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst een zakelijke, bureaucratische toon voert, is de context van de oorlog cruciaal. De bezetter streefde naar een strakke controle op de voedselvoorziening en distributie ("ordening").
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad en regio waren.
* Administratieve achtergrond: De verwijzing naar "W.L.M." duidt waarschijnlijk op een specifieke ambtenaar of afdeling binnen het Amsterdamse gemeentebestuur of de voedselvoorzieningsautoriteiten. De focus op "wanbetalers" suggereert dat in de economisch instabiele oorlogsjaren de betalingsmoraal of de financiële afwikkeling binnen de streng gereguleerde markt een probleem vormde.