Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 497
Dossier 11
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte nota of ambtelijk schrijven (doorslag).

18 oktober 1938 (gezien de context van de '8' en de spelling). Van: Vermoedelijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte nota of ambtelijk schrijven (doorslag). 18 oktober 1938 (gezien de context van de '8' en de spelling). Vermoedelijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. 1 18 October 8
87/2/10 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

van de contractsformulieren te wyzigen - de eenvoudiger me-
thode gevolgd van aanvulling van het Reglement.
Inderdaad is daarby rekening gehouden met het ver-
schil tusschen "straffen" en "maatregelen". Terwijl de eerste
drie alineae van artikel 35 strafbepalingen zyn, beschryft
alinea 4 een maatregel, die de belanghebbende, door te be-
talen, wat hy aan de Gemeente schuldig is, te allen tyde kan
doen eindigen. Wellicht ware het "eleganter" geweest dezen
maatregel niet in een vierde lid van artikel 35 doch in een
afzonderlyk artikel 35A te vervatten; dit is echter zeker
niet van principieel belang.
Wel is principieel de stelling van den Gemeente-
Advocaat, dat "maatregelen" zooals hier bedoeld, niet in het
Reglement mogen voorkomen, omdat zy betrekking zouden hebben
op zuiver privaatrechtelyke aangelegenheden, terwyl het Regle-
ment alleen bepalingen mag inhouden van publiekrechtelyken
aard. Tot staving van deze stelling beroept de Gemeente-Advo-
caat zich op artikel 12 sub b van de Verordening op den
dienst van het Marktwezen, waaraan Burgemeester en Wethouders
hun bevoegdheid tot het vaststellen van een Reglement op de
Centrale Markt ontleenen. Indien artikel 12 sub b alleen van
voorschriften in het belang van de openbare orde sprak, zou
de opvatting van den Gemeente-Advocaat myns inziens niet voor
betwisting vatbaar zyn. Maar artikel 12 sub b geeft Burge-
meester en Wethouders tevens de bevoegdheid om in het Regle-
ment te regelen: "alles wat voor een goeden gang van zaken
noodig is". Op pagina 11 der onderhavige nota wordt betoogd,
dat deze laatste woorden van artikel 12 sub b der Verordening
op den dienst in wezen de zelfde beteekenis hebben als de
daaraan voorafgaande: Burgemeester en Wethouders zouden in
het Reglement nooit verder mogen gaan, dan wat voor de rege-
ling en inrichting van de Centrale Markt zelve noodig is;
met andere woorden wat voor de openbare orde wordt vereischt.
Tot staving van deze opvatting beroept de Gemeente-Advocaat
zich - op pagina 11 zyner nota - op twee feiten namelyk
1e. dat de Verordening op den dienst nergens van een wydere * Taal en spelling: Het document is opgesteld in het vooroorlogs Nederlands met de kenmerkende spelling (bijv. "wyzigen", "terwyl", "zyn", "zooals").
* Juridische kern: De tekst behandelt een bestuursrechtelijk geschil over de reikwijdte van een marktreglement. De Gemeente-Advocaat pleit voor een strikte scheiding tussen publiekrecht (openbare orde) en privaatrecht (financiële afwikkeling/schulden). Hij stelt dat "maatregelen" die privaatrechtelijk van aard zijn, niet thuishoren in een reglement dat gebaseerd is op een verordening.
* Argumentatie: De auteur van de nota nuanceert de visie van de Gemeente-Advocaat door te wijzen op de zinsnede "alles wat voor een goeden gang van zaken noodig is" in de Verordening. Dit zou een ruimere interpretatie bieden dan enkel het handhaven van de openbare orde.
* Bestuurlijke context: Het document illustreert de nauwgezette juridische toetsing van gemeentelijke regelgeving in Amsterdam in de jaren '30, waarbij de grens tussen overheid als autoriteit en overheid als contractpartij scherp werd bewaakt. Dit document maakt deel uit van de administratieve geschiedenis van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (geopend in 1934). De Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de marktfaciliteiten van de stad. De Centrale Markt was een essentieel knooppunt voor de handel in groenten, fruit en andere levensmiddelen. Het reglement waarover gesproken wordt, was bedoeld om de dagelijkse gang van zaken op het enorme terrein te stroomlijnen. Discussies over de bevoegdheden van het college van B&W ten opzichte van de marktkooplieden waren aan de orde van de dag, vooral wanneer het ging om financiële sancties versus disciplinaire maatregelen.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is opgesteld in het vooroorlogs Nederlands met de kenmerkende spelling (bijv. "wyzigen", "terwyl", "zyn", "zooals").
  • Juridische kern: De tekst behandelt een bestuursrechtelijk geschil over de reikwijdte van een marktreglement. De Gemeente-Advocaat pleit voor een strikte scheiding tussen publiekrecht (openbare orde) en privaatrecht (financiële afwikkeling/schulden). Hij stelt dat "maatregelen" die privaatrechtelijk van aard zijn, niet thuishoren in een reglement dat gebaseerd is op een verordening.
  • Argumentatie: De auteur van de nota nuanceert de visie van de Gemeente-Advocaat door te wijzen op de zinsnede "alles wat voor een goeden gang van zaken noodig is" in de Verordening. Dit zou een ruimere interpretatie bieden dan enkel het handhaven van de openbare orde.
  • Bestuurlijke context: Het document illustreert de nauwgezette juridische toetsing van gemeentelijke regelgeving in Amsterdam in de jaren '30, waarbij de grens tussen overheid als autoriteit en overheid als contractpartij scherp werd bewaakt.

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de administratieve geschiedenis van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (geopend in 1934). De Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de marktfaciliteiten van de stad. De Centrale Markt was een essentieel knooppunt voor de handel in groenten, fruit en andere levensmiddelen. Het reglement waarover gesproken wordt, was bedoeld om de dagelijkse gang van zaken op het enorme terrein te stroomlijnen. Discussies over de bevoegdheden van het college van B&W ten opzichte van de marktkooplieden waren aan de orde van de dag, vooral wanneer het ging om financiële sancties versus disciplinaire maatregelen.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6