Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 513
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt verslag of juridisch advies (mogelijk onderdeel van een dossier betreffende een marktverordening).

Origineel

Getypt verslag of juridisch advies (mogelijk onderdeel van een dossier betreffende een marktverordening). - 11 -

In dit verband dient er op gewezen, dat de uitdrukking
"openbare orde" gebezigd in art.12 van de Verordening in de
nieuwe redactie van art.35 lid 1 niet is overgenomen, maar
slechts wordt gewaagd van verstoring der "orde", waarmede, "ver-
storing van den goeden gang van zaken", als species van eenzelfde
begrip kennelijk op een lijn wordt gesteld.

De slotwoorden van art.12 sub b der Verordening zouden wel-
licht beschouwd kunnen worden te zijn van zeer wijde strekking en
misschien de interpretatie wettigen, dat de Raad aan Burgemeester
en Wethouders de bevoegdheid heeft willen geven om naast de sub b.
met name ter regeling aangegeven onderwerpen verder alles, zonder
eenige beperking, te regelen wat voor een goeden gang van zaken
noodig is.

Hoewel "alles" inderdaad van bijzonder wijde strekking kan
zijn, dient deze bepaling toch te worden beschouwd in verband met
de overige bepalingen van de Verordening en met de duidelijke
strekking daarvan.

Het is dan aanstonds duidelijk, dat de Verordening zich be-
perkt tot de regeling en de inrichting van de verschillende in
art.5 genoemde markten, waartoe ook de Centrale Markt behoort,
verder aanwijst waar en op welke dagen de markten zullen mogen
worden gehouden, welke waren ter markt mogen worden gebracht en
op welke wijze van de verschillende instellingen gebruik mag wor-
den gemaakt.

Het Reglement bevat geen enkele bepaling, welke zou kunnen
leiden tot de meening, dat bij de vaststelling van het Reglement
de gedachte is opgekomen dat door de Overheid binnen haar regeling
werkkring zouden worden getrokken de persoonlijke belangen der
marktbezoekers en hunne finantieele verhoudingen. De tekst betreft een juridische exegese (uitleg) van een specifieke verordening, waarschijnlijk die van een grote Nederlandse gemeente met een "Centrale Markt" (zoals Amsterdam). De kern van het betoog is drieledig:

  1. Semantische nuance: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "openbare orde" en simpelweg "orde". In deze context wordt "orde" gelijkgesteld aan de "goede gang van zaken" binnen de marktactiviteiten, wat een beperktere interpretatie is dan de algemene term openbare orde.
  2. Inperking van bevoegdheden: Hoewel de letterlijke tekst van de verordening Burgemeester en Wethouders de macht lijkt te geven om "alles" te regelen, stelt de schrijver dat deze macht niet onbeperkt is. De bevoegdheid moet worden gelezen binnen het kader van de doelstelling van de verordening: de fysieke en logistieke organisatie van de markten.
  3. Scheiding van publiek en privaat: De tekst concludeert dat de overheid zich enkel mag bezighouden met de inrichting van de markt en niet met de persoonlijke of financiële belangen van de bezoekers. Dit duidt op een klassiek-liberaal rechtsbeginsel waarbij de overheidstaak beperkt blijft tot facilitering en toezicht op de publieke ruimte. Dit document stamt uit een periode waarin de spelling nog niet gemoderniseerd was (zie: noodig, eenige, finantieele), wat duidt op een datering van vóór 1947. De term "Centrale Markt" en de administratieve hiërarchie (Raad, B&W) wijzen op een stedelijke context. Het document is waarschijnlijk een onderdeel van een processtuk of een advies van de juridische afdeling aan het college van B&W, bedoeld om te voorkomen dat de marktmeester of het stadsbestuur buiten de grenzen van hun wettelijke bevoegdheid (ultra vires) zouden treden bij het handhaven van de rust op de markt.

Samenvatting

De tekst betreft een juridische exegese (uitleg) van een specifieke verordening, waarschijnlijk die van een grote Nederlandse gemeente met een "Centrale Markt" (zoals Amsterdam). De kern van het betoog is drieledig:

  1. Semantische nuance: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "openbare orde" en simpelweg "orde". In deze context wordt "orde" gelijkgesteld aan de "goede gang van zaken" binnen de marktactiviteiten, wat een beperktere interpretatie is dan de algemene term openbare orde.
  2. Inperking van bevoegdheden: Hoewel de letterlijke tekst van de verordening Burgemeester en Wethouders de macht lijkt te geven om "alles" te regelen, stelt de schrijver dat deze macht niet onbeperkt is. De bevoegdheid moet worden gelezen binnen het kader van de doelstelling van de verordening: de fysieke en logistieke organisatie van de markten.
  3. Scheiding van publiek en privaat: De tekst concludeert dat de overheid zich enkel mag bezighouden met de inrichting van de markt en niet met de persoonlijke of financiële belangen van de bezoekers. Dit duidt op een klassiek-liberaal rechtsbeginsel waarbij de overheidstaak beperkt blijft tot facilitering en toezicht op de publieke ruimte.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de spelling nog niet gemoderniseerd was (zie: noodig, eenige, finantieele), wat duidt op een datering van vóór 1947. De term "Centrale Markt" en de administratieve hiërarchie (Raad, B&W) wijzen op een stedelijke context. Het document is waarschijnlijk een onderdeel van een processtuk of een advies van de juridische afdeling aan het college van B&W, bedoeld om te voorkomen dat de marktmeester of het stadsbestuur buiten de grenzen van hun wettelijke bevoegdheid (ultra vires) zouden treden bij het handhaven van de rust op de markt.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6