Getypte pagina uit een juridisch advies of officieel rapport (pagina 12).
Origineel
Getypte pagina uit een juridisch advies of officieel rapport (pagina 12). - 12 -
De in art.12 sub b. in fine aan Burgemeester en Wethouders
verleende bevoegdheid omvat dus wellicht veel, maar is uiteraard
beperkt tot de inrichting en de regeling van de Centrale Markt
zelve.
Naar mijn overtuiging is het dan ook beslist niet geoorloofd
uit den eenigszins vagen tekst van art.12 sub b. af te leiden,
dat Burgemeester en Wethouders ook bevoegd zouden zijn regelingen
of voorwaarden vast te stellen betreffende de transacties, die
op de Centrale Markt tusschen koopers en verkoopers worden afge-
sloten.
Wat op de markt tusschen voornoemde partijen geschiedt is
zuiver van contractueelen aard en aan niets ontleent de Overheid
het recht zich in deze zuiver privaatrechtelijke verhoudingen te
mengen en daarbij regelend op te treden.
De vraag op welke wijze verkoopers en koopers elkaar vinden,
hoe de verschillende waren worden verkocht en geleverd, tegen
welke voorwaarden de toewijzing geschiedt, en of daarbij door een
verkooper aan een kooper al dan niet crediet wordt verleend,
staat uiteraard geheel buiten de bevoegdheidsspheer van de
Gemeentelijke Overheid.
En wanneer nu, zooals thans wordt ontworpen, slechts een
aantal grossiers zich in "PECUNIA" vereenigen, om te trachten
hunne finantieele belangen te behartigen en het euvel van wanbe-
taling bij de koopers te bestrijden, dan is dat, en zeker de wijze,
waarop zij hun doel trachten te bereiken, uitsluitend een zaak van
particulieren aard, die alleen de verbonden grossiers en daar-
naast de betrokken wanbetalers raakt, waarbij de Overheid zich van
elke directe medewerking dient te onthouden, zeker van een maat- De tekst bevat een scherp juridisch betoog over de scheiding tussen publiekrecht en privaatrecht. De kernpunten zijn:
- Beperkte interpretatie van regelgeving: De auteur stelt dat de bevoegdheden van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) op basis van een specifiek artikel (art. 12 sub b) strikt beperkt zijn tot de fysieke en organisatorische inrichting van de markt.
- Autonomie van de marktpartijen: Er wordt betoogd dat de eigenlijke handel (transacties, kredietverlening en leveringsvoorwaarden) een zaak is tussen private partijen (kopers en verkopers). De overheid heeft volgens de auteur geen recht om zich in deze contractuele, privaatrechtelijke verhoudingen te mengen.
- Kritiek op overheidsbemoeienis met "PECUNIA": De tekst reageert op een plan waarbij een groep grossiers zich verenigt in de organisatie "PECUNIA" om wanbetaling tegen te gaan. De auteur concludeert dat dit een puur particulier initiatief is en dat de overheid hierin op geen enkele wijze faciliterend of medewerkend mag optreden. Dit document heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934). In deze periode ontstonden er regelmatig fricties tussen de gemeentelijke marktautoriteiten en de vrije handelaren/grossiers over de mate van overheidscontrole.
De vereniging "PECUNIA" was een kredietvereniging of incasso-instituut van handelaren, bedoeld om de solvabiliteit van kopers te controleren en de risico's van levering op krediet te beperken. Dergelijke organisaties stelden vaak 'zwarte lijsten' op van wanbetalers die dan van de markt geweerd werden. De discussie hier is of de gemeente dergelijke private sancties mag ondersteunen of handhaven binnen de openbare marktruimte. De auteur van dit stuk is een duidelijke voorstander van een terughoudende overheid.