Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 515
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke of juridische nota/advies.

Origineel

Getypte ambtelijke of juridische nota/advies. - 13 -

regel, zooals thans wordt voorgesteld, waarbij als sanctie op een middel tot bestrijding van contractueele wanbetaling, de Overheid, die bij de gedane transacties in geen enkel opzicht partij was, bevoegd zou worden verklaard den nalatig blijvenden wanbetaler, bij wijze van strafmaatregel de toegang tot de Centrale Markt, zij het ook tijdelijk, te ontzeggen.

Maar al ware dit anders, al stond voor de Gemeente de mogelijkheid open om ter wille van goede werking op de Centrale Markt hare medewerking te verleenen bij het bestrijden van ongewenschte misstanden van finantieelen aard, dan nog zou de ontworpen inmenging van Burgemeester en Wethouders rechtskracht missen, omdat deze onder de gegeven omstandigheden, als niet van algemeenen aard niet voor alle koopers geldt, doch slechts werken zou ten opzichte van die wanbetalende koopers, die met de leden van "PECUNIA" hebben gehandeld en daarbij op de zgn. "zwarte lijst" zijn gebracht.

Een door de Overheid gegeven voorschrift kan alleen dan als een geoorloofde en rechtsgeldige maatregel worden aangemerkt, indien het gebod of verbod allen treft, die zich aan de omschreven overtreding schuldig maken.

De ontworpen regeling werkt alleen tegen de koopers aan wie door leden van "PECUNIA" op crediet is verkocht, en treft dus niet eventueele wanbetalers die met grossiers, niet leden van "PECUNIA", of van andere verkoopers, bijv. tuinders of van de veiling hebben gekocht.

De voorgestelde sanctie der Overheid zou dus slechts betrekking hebben op een beperkt aantal koopers, met de consequentie, dat aan sommige wanbetalers de toegang tot de Centrale Markt zou worden ontzegd, terwijl het aan andere wanbetalers vrij zou staan on- De kern van dit document is een juridisch-bestuurlijke kritiek op een voorgestelde maatregel van het college van Burgemeester en Wethouders. Het voorstel hield in dat de overheid wanbetalers de toegang tot de Centrale Markt zou kunnen ontzeggen als zij op een zwarte lijst van de vereniging "PECUNIA" stonden.

De auteur voert twee belangrijke argumenten aan tegen dit plan:

  1. Onbevoegdheid door privaatrechtelijke aard: De overheid is geen partij in de koopovereenkomsten tussen handelaren. Het is onjuist dat de overheid een bestuursrechtelijke straf (marktverbod) oplegt voor een puur privaatrechtelijk geschil (wanbetaling).
  2. Schending van het gelijkheidsbeginsel: De regeling is niet "van algemene aard". Ze zou alleen gelden voor schuldenaren van "PECUNIA"-leden. Wie bij anderen (niet-leden, tuinders of de veiling) schulden maakt, zou de dans ontspringen. Een overheidsvoorschrift is volgens de auteur alleen rechtsgeldig als het iedereen die dezelfde overtreding begaat op gelijke wijze treft. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar de groothandel in levensmiddelen was geconcentreerd. In deze periode zochten handelsverenigingen vaak steun bij de gemeentelijke overheid om de marktordening te handhaven en kredietrisico's te beperken.

"PECUNIA" was waarschijnlijk een kredietinformatiebureau of een incasso-organisatie van handelaren op de markt. Het document illustreert de historische spanning tussen de wens van het bedrijfsleven om overheidsmacht te gebruiken voor eigen economische belangen en de juridische kaders van die tijd die hamerden op de algemeenheid van wetgeving en het onderscheid tussen publiek- en privaatrecht. De tekst is geschreven in de oude spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was.

Samenvatting

De kern van dit document is een juridisch-bestuurlijke kritiek op een voorgestelde maatregel van het college van Burgemeester en Wethouders. Het voorstel hield in dat de overheid wanbetalers de toegang tot de Centrale Markt zou kunnen ontzeggen als zij op een zwarte lijst van de vereniging "PECUNIA" stonden.

De auteur voert twee belangrijke argumenten aan tegen dit plan:

  1. Onbevoegdheid door privaatrechtelijke aard: De overheid is geen partij in de koopovereenkomsten tussen handelaren. Het is onjuist dat de overheid een bestuursrechtelijke straf (marktverbod) oplegt voor een puur privaatrechtelijk geschil (wanbetaling).
  2. Schending van het gelijkheidsbeginsel: De regeling is niet "van algemene aard". Ze zou alleen gelden voor schuldenaren van "PECUNIA"-leden. Wie bij anderen (niet-leden, tuinders of de veiling) schulden maakt, zou de dans ontspringen. Een overheidsvoorschrift is volgens de auteur alleen rechtsgeldig als het iedereen die dezelfde overtreding begaat op gelijke wijze treft.

Historische Context

De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar de groothandel in levensmiddelen was geconcentreerd. In deze periode zochten handelsverenigingen vaak steun bij de gemeentelijke overheid om de marktordening te handhaven en kredietrisico's te beperken.

"PECUNIA" was waarschijnlijk een kredietinformatiebureau of een incasso-organisatie van handelaren op de markt. Het document illustreert de historische spanning tussen de wens van het bedrijfsleven om overheidsmacht te gebruiken voor eigen economische belangen en de juridische kaders van die tijd die hamerden op de algemeenheid van wetgeving en het onderscheid tussen publiek- en privaatrecht. De tekst is geschreven in de oude spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6