Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 28 december 1937. Waarschijnlijk de Directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud en context). 87/3/11 H.
28 December 1937.
Aanvulling Reglement op de
Centrale Markt met voorschrift
inzake wanbetalers.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Overeenkomstig Uw opdracht is dezerzijds overleg gepleegd met den heer Mr. Reitsma en Mevr. Mr. Redeker van Uw afdeeling, teneinde na te gaan, wat van Gemeentewege kan worden gedaan tegen het op de Centrale Markt veelvuldig voorkomende euvel der wanbetaling. Als resultaat van dit overleg, dat op 27 dezer plaatsvond, heb ik de eer U beleefd in overweging te geven wel te willen bevorderen, dat by Besluit van Burgemeester en Wethouders aan artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt wordt toegevoegd een nieuw (vyfde) lid, luidende:
"De Directeur van het Marktwezen is eveneens bevoegd, dengene, die in gebreke blyft om te voldoen aan geldelyke verplichtingen jegens tot de Centrale Markt toegelaten verkoopers - voor zoo ver deze verplichtingen voortvloeien uit den handel in artikelen, die op de Centrale Markt ter markt mogen worden gebracht - den toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen, gedurende den tyd, dien de nalatige in gebreke blyft."
Door deze bepaling wordt een maatregel gesteld, die formeel aansluit by het bestaande vierde lid van voornoemd artikel 35, krachtens hetwelk de Directeur van het Marktwezen bevoegd is, om dengene, die zyn contractueele verplichtingen jegens de Gemeente met betrekking tot op de Centrale Markt gehuurde pakhuisafdeelingen of kantoren niet nakomt, den toegang tot de markt te ontzeggen gedurende den tyd, dien de nalatige in gebreke blyft. Dit document is een formeel voorstel tot wijziging van de marktregels voor de Amsterdamse Centrale Markt. Het probleem dat wordt geadresseerd is "wanbetaling" tussen handelaren onderling.
De kern van het voorstel is om de Directeur van het Marktwezen de bevoegdheid te geven om handelaren die hun rekeningen aan medeverkopers niet betalen, de toegang tot de markt te ontzeggen. Dit is een ingrijpende sanctie: wie niet betaalt, mag geen handel meer drijven op de markt totdat de schuld is voldaan.
Juridisch wordt dit onderbouwd door aan te sluiten bij een bestaande bepaling (lid 4) die al gold voor schulden aan de gemeente zelf (zoals huur voor pakhuizen). Met dit nieuwe vijfde lid wordt de tuchtrechtelijke macht van de marktdirectie uitgebreid naar private handelsschulden, mits deze direct gerelateerd zijn aan de handel op de markt. Het document dateert uit december 1937, een periode waarin de nasleep van de Grote Depressie nog voelbaar was en de economische stabiliteit van kleine handelaren vaak precair was. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad.
Het feit dat er specifiek overleg is gevoerd met juridisch geschoolde ambtenaren (Mr. Reitsma en Mevr. Mr. Redeker) wijst erop dat de gemeente zorgvuldig wilde omgaan met de juridische houdbaarheid van dergelijke uitsluitingsmaatregelen. Het document illustreert de regulerende rol van de overheid in de jaren '30 om de orde en betalingsmoraal binnen de vitale voedseldistributie te handhaven. De namen Müller en Brouwer die handgeschreven op het document staan, verwijzen waarschijnlijk naar de wethouder en/of hoge ambtenaren die de brief ter kennisneming kregen.