Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 534
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief of nota.

28 december (jaartal niet expliciet op deze pagina, waarschijnlijk jaren '30 gezien de context en spelling).

Origineel

Getypte ambtelijke brief of nota. 28 december (jaartal niet expliciet op deze pagina, waarschijnlijk jaren '30 gezien de context en spelling). 1
87/3/11
Amsterdam.

28 December 7
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,

Ten aanzien van deze, zoowel als van de thans voorgestelde bepaling moge ik voorop stellen, dat zy geen strafbepalingen zyn. De strafbepalingen staan in de eerste drie leden van artikel 35 vermeld; het vierde lid, evenals het voorgestelde vyfde lid bevatten maatregelen, die tot strekking hebben, om den goeden gang van zaken op de markt te bevorderen. Dat hier geen sprake is van straf blykt, wanneer men overweegt, dat by deze maatregelen, degene tegen wien wordt opgetreden het geheel in eigen hand heeft, om weder tot de Centrale Markt te worden toegelaten; zoodra hy aan zyn verplichtingen gaat voldoen, byvoorbeeld een afbetalingsregeling voor zyn schuld aangaat of deze in eens geheel betaalt, wordt hem de toegang tot de markt weer verleend. Ware hier sprake van straf, dan zou deze uiteraard niet door het enkele feit, dat alsnog aan zekere verplichtingen wordt voldaan, kunnen worden opgeheven.

In overeenstemming met de my in het meergenoemde vierde lid gegeven bevoegdheid, stel ik ook in de onderhavige bepaling voor, dat ik bevoegd worde om tegen de "wanbetalers" op te treden. Het lykt my niet practisch, om deze bevoegdheid aan Burgemeester en Wethouders voor te behouden, omdat vanzelfsprekend de toestand van den "wanbetaler" ten zeerste aan wisseling onderhevig is. Wanneer ik elk geval moest rapporteeren, zou het veelal kunnen voorkomen, dat de schuld alweer geheel of gedeeltelyk is aangezuiverd ten tyde, dat het voorstel U heeft bereikt.

Van een zeer voorzichtige toepassing van dit voorschrift verwacht ik een by uitstek preventieve werking; het feit, dat ik krachtens het Reglement een bevoegdheid ten deze heb zal in vele gevallen voldoende zyn, om tot bevredigende regelingen te geraken. Zoo wordt ook het vierde lid van artikel 35 slechts vry zelden door my toegepast, doch het werkt buitengewoon nuttig als preventie.

Teneinde voorts zooveel mogelyk waarborgen te scheppen, dat ten deze geen overylde of minder juiste beslissingen worden genomen, stel ik U voor om goed te vinden, dat de onderhavige bepaling, wanneer daartoe zal zyn besloten, alleen * Taal en Spelling: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl met de toenmalige spelling (bijv. 'zy', 'blykt', 'vyfde', 'gedeeltelyk').
* Kern van het betoog: De schrijver (vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt) maakt een juridisch onderscheid tussen een 'straf' en een 'maatregel'. Het ontzeggen van de toegang tot de markt is volgens hem een maatregel om de orde te handhaven en schulden voldaan te krijgen, geen straf, omdat de betrokkene de situatie zelf ongedaan kan maken door te betalen.
* Bestuurlijke efficiëntie: Er wordt gepleit voor mandaat. De schrijver wil de bevoegdheid om direct op te treden tegen wanbetalers, zonder tussenkomst van het College van B&W, omdat de financiële status van marktkooplieden snel kan veranderen.
* Preventieve werking: De nadruk ligt op de afschrikwekkende werking van de regel. Alleen al het bestaan van de bevoegdheid om iemand de toegang te ontzeggen, zou voldoende moeten zijn om kooplieden tot betalen te bewegen. Dit document biedt inzicht in het beheer van de Centrale Markthallen in Amsterdam, een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. In de jaren '30 (de vermoedelijke periode) was de centrale markt een streng gereguleerde omgeving. De brief illustreert de constante balans tussen strikte handhaving van financiële verplichtingen en de noodzaak voor een werkbare, snelle bureaucratie in een dynamische handelsomgeving. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die cruciaal was voor de distributie van voedsel in de stad.

Samenvatting

  • Taal en Spelling: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl met de toenmalige spelling (bijv. 'zy', 'blykt', 'vyfde', 'gedeeltelyk').
  • Kern van het betoog: De schrijver (vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt) maakt een juridisch onderscheid tussen een 'straf' en een 'maatregel'. Het ontzeggen van de toegang tot de markt is volgens hem een maatregel om de orde te handhaven en schulden voldaan te krijgen, geen straf, omdat de betrokkene de situatie zelf ongedaan kan maken door te betalen.
  • Bestuurlijke efficiëntie: Er wordt gepleit voor mandaat. De schrijver wil de bevoegdheid om direct op te treden tegen wanbetalers, zonder tussenkomst van het College van B&W, omdat de financiële status van marktkooplieden snel kan veranderen.
  • Preventieve werking: De nadruk ligt op de afschrikwekkende werking van de regel. Alleen al het bestaan van de bevoegdheid om iemand de toegang te ontzeggen, zou voldoende moeten zijn om kooplieden tot betalen te bewegen.

Historische Context

Dit document biedt inzicht in het beheer van de Centrale Markthallen in Amsterdam, een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. In de jaren '30 (de vermoedelijke periode) was de centrale markt een streng gereguleerde omgeving. De brief illustreert de constante balans tussen strikte handhaving van financiële verplichtingen en de noodzaak voor een werkbare, snelle bureaucratie in een dynamische handelsomgeving. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die cruciaal was voor de distributie van voedsel in de stad.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6