Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 11 april 1942. M. Speijer, wonende aan de 1e Jan Steenstraat 103 II, Amsterdam-Zuid. De Weledele Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 103/34/1 M. 1942 13/4
A’dam, 11 Apr. ’42
afd. Insp.
Den Wel Ed. Heer Inspecteur van het
Marktwezen.
Hierbij deel ik U mede, dat
ik vanaf 12 Jan. ’42 mijn standplaats
Nº 191 in de Gaaspstr. niet heb kunnen
innemen wegens ziekte. Ik heb een dokters-
verklaring ingeleverd bij den Marktmeester
en mijn schulden voldaan.
Nu is mijn beleefd verzoek of ik wederom
mijn plaats kan terug krijgen of eventueel
een voorkeurskaart.
In afwachting teeken ik
Hoogachtend.
M. Speijer.
1e Jan Steenstr. 103 II
A’dam. Z. In deze zakelijke brief verzoekt M. Speijer de Inspecteur van het Marktwezen om teruggave van een marktstandplaats. De kernpunten zijn:
- Afwezigheid: De schrijver heeft sinds 12 januari 1942 zijn standplaats (nummer 191) in de Gaaspstraat niet kunnen bezetten.
- Reden: De oorzaak hiervan was ziekte.
- Bewijs en plicht: Speijer geeft aan dat er reeds een doktersverklaring is overlegd aan de marktmeester en dat alle openstaande schulden (waarschijnlijk marktgeld/staangeld) zijn voldaan.
- Verzoek: De schrijver vraagt beleefd om de oude plek terug te krijgen, of anders in aanmerking te komen voor een "voorkeurskaart", wat hem prioriteit zou geven bij het toewijzen van een nieuwe plek.
-
Toon: De brief is geschreven in een formele, respectvolle toon die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De context van deze brief is specifiek en beladen:
-
De Gaaspstraatmarkt: Vanaf eind 1941 stelden de bezettingsautoriteiten in Amsterdam speciale markten in voor Joodse handelaren en bezoekers, omdat zij van reguliere markten werden geweerd. De markt in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt) was een van deze zogeheten "Joodse markten".
- Livelihood onder druk: Voor veel Joodse Amsterdammers was een marktkoopman-bestaan een van de weinige resterende manieren om in hun levensonderhoud te voorzien, naarmate meer beroepen voor hen verboden werden. Het kwijtraken van een standplaats door ziekte was daarom een grote bedreiging voor de overleving van een gezin.
- Bureaucreatie in oorlogstijd: De brief toont de voortzetting van de gemeentelijke bureaucratie (het Marktwezen) onder het toeziend oog van de bezetter. Administratieve regels, zoals het overleggen van doktersverklaringen en het betalen van leges, bleven strikt gehandhaafd.
- Persoonlijke geschiedenis: Documenten zoals deze vormen vaak de laatste papieren sporen van individuen voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in de zomer van 1942 in volle hevigheid losbarstten. M. Speijer Marktwezen
Samenvatting
In deze zakelijke brief verzoekt M. Speijer de Inspecteur van het Marktwezen om teruggave van een marktstandplaats. De kernpunten zijn:
- Afwezigheid: De schrijver heeft sinds 12 januari 1942 zijn standplaats (nummer 191) in de Gaaspstraat niet kunnen bezetten.
- Reden: De oorzaak hiervan was ziekte.
- Bewijs en plicht: Speijer geeft aan dat er reeds een doktersverklaring is overlegd aan de marktmeester en dat alle openstaande schulden (waarschijnlijk marktgeld/staangeld) zijn voldaan.
- Verzoek: De schrijver vraagt beleefd om de oude plek terug te krijgen, of anders in aanmerking te komen voor een "voorkeurskaart", wat hem prioriteit zou geven bij het toewijzen van een nieuwe plek.
- Toon: De brief is geschreven in een formele, respectvolle toon die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.
Historische Context
Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De context van deze brief is specifiek en beladen:
- De Gaaspstraatmarkt: Vanaf eind 1941 stelden de bezettingsautoriteiten in Amsterdam speciale markten in voor Joodse handelaren en bezoekers, omdat zij van reguliere markten werden geweerd. De markt in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt) was een van deze zogeheten "Joodse markten".
- Livelihood onder druk: Voor veel Joodse Amsterdammers was een marktkoopman-bestaan een van de weinige resterende manieren om in hun levensonderhoud te voorzien, naarmate meer beroepen voor hen verboden werden. Het kwijtraken van een standplaats door ziekte was daarom een grote bedreiging voor de overleving van een gezin.
- Bureaucreatie in oorlogstijd: De brief toont de voortzetting van de gemeentelijke bureaucratie (het Marktwezen) onder het toeziend oog van de bezetter. Administratieve regels, zoals het overleggen van doktersverklaringen en het betalen van leges, bleven strikt gehandhaafd.
- Persoonlijke geschiedenis: Documenten zoals deze vormen vaak de laatste papieren sporen van individuen voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in de zomer van 1942 in volle hevigheid losbarstten.