Archiefdocument
Origineel
betr. Gaaspstraat
El. – gasverbr.
Mr Muller.
Volgens informatie ter plaatse is door M.W
tot nog toe geen electriciteit verbruikt.
Volgens de mij ten dienste staande gegevens
is het max gasverbruik v/d opgestelde
gasradiator 1,1 M³/h.
Het verbruik ware aan te nemen op 7 uur/dag
29/9/41 – 14/1/42 = 107 dag x 6/7 = 91,7 werkdagen zeg 92
14/1/42 – 25/2/42 = 42 " x 6/7 = 36 "
In eerste periode is dus max verbr 92 x 7 x 1,1 = 708 M³
" tweede " " " " 36 x 7 x 1,1 = 277 "
-----
985
Totaal verbruik 1e per. = 2078, verbr M.W. dus ± 1/3 v. tot.
" " 2- " = 1256, " " " ± 1/4 " "
Het aandeel v/d meterhuur kan dus ook worden
vastgesteld overeenkomstig tot het gebruik.
21/7-42 [onleesbare paraaf] De notitie bevat een gedetailleerde berekening om het aandeel in de energiekosten te bepalen voor een partij aangeduid als 'M.W.'. Omdat er geen aparte meter voor M.W. lijkt te zijn, hanteert de opsteller een theoretische benadering:
1. Capaciteit: Men gaat uit van een gasradiator die maximaal 1,1 M³ gas per uur verbruikt.
2. Tijdsduur: Men rekent met 7 branduren per werkdag (6 dagen per week).
3. Vergelijking: Het berekende theoretische verbruik van M.W. wordt afgezet tegen het totale verbruik op de hoofdmeter van het pand.
4. Conclusie: In de eerste periode (winter '41-'42) was het aandeel van M.W. ongeveer een derde, in de tweede periode een kwart. De schrijver adviseert om op basis van deze verhouding ook de vaste kosten (meterhuur) door te belasten. Het document is geschreven in juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Gaaspstraat ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Deze buurt kende tijdens de oorlog een bewogen geschiedenis vanwege de vele Joodse inwoners en de daaropvolgende deportaties.
Administratieve documenten zoals deze zijn kenmerkend voor de bureaucratische precisie waarmee men in die tijd omging met schaarse middelen zoals brandstof. De afkorting 'M.W.' zou kunnen duiden op een instantie of een specifiek type gebruiker (bijvoorbeeld 'Militair' of een specifieke werkplaats) die tijdelijk in een pand gevestigd was. Gezien de datum kan het document verband houden met de administratie van panden die onder beheer waren gesteld of gevorderd waren. De berekening is bedoeld om de kosten voor de verhuurder of beheerder (mogelijk vertegenwoordigd door Mr. Muller) te rechtvaardigen.
Samenvatting
De notitie bevat een gedetailleerde berekening om het aandeel in de energiekosten te bepalen voor een partij aangeduid als 'M.W.'. Omdat er geen aparte meter voor M.W. lijkt te zijn, hanteert de opsteller een theoretische benadering:
1. Capaciteit: Men gaat uit van een gasradiator die maximaal 1,1 M³ gas per uur verbruikt.
2. Tijdsduur: Men rekent met 7 branduren per werkdag (6 dagen per week).
3. Vergelijking: Het berekende theoretische verbruik van M.W. wordt afgezet tegen het totale verbruik op de hoofdmeter van het pand.
4. Conclusie: In de eerste periode (winter '41-'42) was het aandeel van M.W. ongeveer een derde, in de tweede periode een kwart. De schrijver adviseert om op basis van deze verhouding ook de vaste kosten (meterhuur) door te belasten.
Historische Context
Het document is geschreven in juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Gaaspstraat ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Deze buurt kende tijdens de oorlog een bewogen geschiedenis vanwege de vele Joodse inwoners en de daaropvolgende deportaties.
Administratieve documenten zoals deze zijn kenmerkend voor de bureaucratische precisie waarmee men in die tijd omging met schaarse middelen zoals brandstof. De afkorting 'M.W.' zou kunnen duiden op een instantie of een specifiek type gebruiker (bijvoorbeeld 'Militair' of een specifieke werkplaats) die tijdelijk in een pand gevestigd was. Gezien de datum kan het document verband houden met de administratie van panden die onder beheer waren gesteld of gevorderd waren. De berekening is bedoeld om de kosten voor de verhuurder of beheerder (mogelijk vertegenwoordigd door Mr. Muller) te rechtvaardigen.